Verberg het menu

Bestedings- en dekkingsplan 2018-2021

Onderstaand een globale financiële doorrekening van de diverse posten. Tijdens het opstellen van deze prognose, beschikten we nog niet over de mei-circulaire. Eventuele financiële gevolgen uit die mei-circulaire voor de algemene uitkering worden meegenomen in de later uit te werken Programmabegroting 2018. Nieuw is tevens de inventarisatie van alle offertes. Zowel intern als extern. Een toelichting hierop is bijgevoegd. Aangezien er nu nog geen definitieve keuzes gemaakt worden hebben we in de presentatie van het bestedings- en dekkingsplan deze posten als 'p.m.' opgenomen.

(bedragen zijn in €) N is nadeel, V is voordeel

Incidenteel 2017 2018 2019 2020 2021
1. Meerjarenbegroting 2017-2021 N 864.000 N 55.000 N 132.000 N 107.000  
2. Post onvoorzien
(artikel 8 en 17 BBV)
      N 25.000  
3. Resultaat 2e financiële
afwijkingenrapportage 2016
N 47.000        
4. Resultaat 1e financiële afwijkingenrapportage 2017 p.m.        
5. Offertes 2018   p.m. p.m. p.m.  
Totaal incidenteel N 911.000 N 55.000 N 132.000 N 132.000  

 

Structureel 2017 2018 2019 2020 2021

1. Meerjarenbegroting
2017-2021

N 823.000 N 372.000 V 80.000 V 337.000 V 337.000
3. Gevolgen 2e financiële afwijkingenrapportage 2016 N 95.000 N 95.000 N 95.000 N 110.000 N 110.000
Totaal op basis van besluitvorming door de raad N 918.000 N 467.000 N 15.000 V 227.000 V 227.000
6. BBV wijziging (niet meer toerekenen renteverschil uitgezette geldleningen) N 50.000 N 50.000 N 50.000 N 50.000 N 50.000
7. Gevolgen v-GRP (meer overhead doorberekenen naar riolering) V 167.000 V 183.000 V 183.000 V 183.000 V 183.000
8. Effecten doorverdeling + overhead wijziging V 14.000 V 62.000 V 75.000 V 75.000 V 75.000
9. BBV wijziging (NIEGG's worden MVA's gevolgen rente) N 460.000 N 483.000 N 465.000 V 86.000 V 86.000
10. Gevolgen algemene uitkering decemberuitkering 2016 V 964.000 V 1.958.000 V 2.143.000 V 2.148.000 V 2.038.000
11. Kapitaallasten opname vervangingsinvesteringen   N 150.000 N 300.000 N 450.000 N 600.000
12. Indexering goederen en diensten, subsidies en belastingen +0,3%   N 65.000 N 65.000 N 65.000 N 65.000
13. Ontwikkeling personeelskosten +1,5%   N 290.000 N 290.000 N 290.000 N 290.000
14. Verhoging bijdrage veiligheidsregio (brandweer) & GHOR 2017-2022         N 70.000
15. Algemene uitkering meicirculaire 2017 p.m. p.m. p.m. p.m. p.m.
3. Resultaat 1e financiële afwijkingenrapportage 2017 p.m. p.m. p.m. p.m. p.m.
16. Ontwikkeling OZB-opbrengst   p.m. p.m. p.m. p.m.

 
         
           
           
Subtotaal          
           
5. Offertes   p.m. p.m. p.m. p.m.
           
Totaal structureel N 283.000 V 698.000 V 1.216.000 V 1.864.000 V 1.534.000

Incidenteel

1.  Meerjarenbegroting 2017-2021

De meest actuele, door de raad vastgestelde Programmabegroting, is Programmabegroting 2017-2020. Die begroting bevat een structurele doorkijk tot 20120 De meerjarenbegroting is structureel sluitend.
Het Provinciaal financieel toetsingskader schrijft voor dat de Programmabegroting van een gemeente in ieder geval voor het komend jaar structureel sluitend moet zijn. Ons streven is een structureel sluitende begroting in alle jaren.

2.  Post onvoorzien (artikel 8 en 17 BBV)

Volgens de wettelijke vereisten van de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) dient iedere gemeente een 'post onvoorzien' op te nemen in de begroting. In de Udense P&C cyclus hanteren we vier (financiële) bijsturingsmomenten. Daarnaast beschikken we sinds 2010 over een adequaat risicobeleid. Deze combinatie heeft het daarnaast in stand houden van een 'post onvoorzien' feitelijk overbodig gemaakt. Om toch aan de wettelijke vereisten van de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) te voldoen ramen we in overleg met de Provincie sinds Programmabegroting 2015 wederom een incidentele post onvoorzien van € 25.000.

3.  Resultaat 2e financiële afwijkingenrapportage 2016

De 2e financiële afwijkingenrapportage 2016 heeft incidentele nadelige gevolgen voor 2017.

 

4.  Resultaat 1e financiële afwijkingenrapportage 2017

De 1e financiële afwijkingenrapportage is gebaseerd op de bij ons bekend zijnde ontwikkelingen van de 1e drie maanden van 2017 (jan. t/m mrt). Een uitgebreide specificatie van de hier opgenomen bedragen is terug te vinden bij het onderdeel financiën, 1e financiële afwijkingenrapportage 2017 en als toelichting bij de diverse programma’s.

5. Offertes 2018

Met ingang van deze Begrotingsnotitie is ook opgenomen een taalinventarisatie van alle offertes (incidenteel/structureel) voor 2018 e.v.. Dit is inclusief alle externe offertes. Bij het definitief opstellen van het Bestedings- en dekkingsplan 2018-2021 worden deze - afhankelijk van de beschikbare ruimte-  geprioriteerd zoals nu al is aangegeven door het college en zoals na bespreking in de Raad. Aangezien de daadwerkelijke prioritering dus later zal plaatsvinden melden we deze post nu als een p.m-post.

 

 

Structureel

1.  Meerjarenbegroting 2017-2021

De meest actuele, door de raad vastgestelde Programmabegroting is Programmabegroting 2017-2020. Die begroting bevat een structurele doorkijk tot en met 2020. De meerjarenbegroting is structureel sluitend.
De BBV en het Provinciaal financieel toetsingskader schrijven voor dat de Programmabegroting van een gemeente voor het komend jaar sluitend moet zijn, indien dit niet het geval is dan moet de Programmabegroting in ieder geval de laatste twee jaren sluitend zijn en dit moet ook aannemelijk zijn. De Provincie hecht in haar beoordeling veel waarde aan een structureel sluitende begroting met ingang van het komend dienstjaar. Tot nu toe is het de gemeente Uden nog niet gelukt om te voldoen aan die variant. Om die reden wordt de gemeente Uden als 'neutraal beoordeeld' op het gebied van 'financiën'. Ons streven is een structureel sluitende begroting in alle jaren.

3. Gevolgen 2e financiële afwijkingenrapportage 2016

De 2e financiële afwijkingenrapportage 2016 bevat eveneens een structurele negatieve component. De raad heeft bij de vaststelling van de Bestuursrapportage 2016 besloten om dit saldo te betrekken bij de voorbereiding van Programmabegroting 2018 en verder.

 

6. BBV-wijziging (niet meer toerekenen renteverschil uitgezette geldleningen)

 

7. Gevolgen v-GRP (meer overhead doorberekenen naar riolering)

 

8. Effecten doorverdeling + overhead wijziging

 

9. BBV wijziging (NIEGG's worden MVA's gevolgen rente)

Een wijziging in de BBV heeft gevolgen voor de niet in exploitatie genomen gronden (NIEGG’s).
Met ingang van 2016 bestaat formeel deze term niet meer. NIEGG’s dienen met ingang van 2016 onder de materieel vaste activa opgenomen te worden. Dit heeft een direct gevolg voor de rentetoerekening.
Tot nu toe werd er aan de NIEGG rente toegerekend vanuit de exploitatie (de renteomslag). Deze rente werd vervolgens op de NIEGG bijgeschreven. Dit mag dus niet meer.
Voor Programmarekening 2016 betekende dit een nadeel van €  600.000 waarbij de Raad is voorgesteld om dit te dekken uit de Algemene bedrijfsreserve. (ABR).
Met ingang van programmabegroting 2017 wordt dit nadeel geraamd op € 350.000 structureel. Hier zien we door het verhuizen van MVA naar BIE in deze jaren op termijn overigens wel een steeds lager nadeel.
 

10. Gevolgen algemene uitkering decemberuitkering 2016

 

11. Kapitaallasten opname vervangingsinvesteringen

Rehabilitaties wegen
Naast het klein en groot onderhoud aan wegen om deze van voldoende kwaliteitsniveau te laten blijven dienen wegen aan het einde van hun levensduur te worden vervangen. Het krediet voor deze zogenaamde rehabilitaties is tot op heden jaarlijks bij de begroting met een offerte voor het eerstvolgende jaar beschikbaar gesteld. Verder werden deze investeringen tot op heden direct afgeschreven. Volgens de vernieuwede BBV-voorschriften mag dat niet meer en dienen de investeringen in wegen in het vervolg te worden geactiveerd en dienen de structurele rente- en afschrijvingslasten in de meerjarenbegroting te worden opgenomen. Dit leidt de komende jaren tot cumulatief oplopende rente- en afschrijvingslasten voor de jaarlijkse rehabilitaties die we vanaf 2018 meerjarig zullen gaan begroten. Overigens kunnen de rehabilitaties bij de begrotingsbehandeling, ondanks dat dan reeds voorzien is in de financiële dekking, onderdeel uit blijven maken van de bestuurlijke integrale afweging van de middelen.
 

12. Indexering goederen en diensten, subsidies en belastingen +0,3%

Jaarlijks indexeren we alleen met de inflatie(bbp) zoals becijferd door het Centraal planbureau. In deze Begrotingsnotitie houden we de prognoses vast zoals gepubliceerd in de Middellange termijnverkenning 2018-2021. De Programmabegroting 2018 baseren we op de meicirculaire. Eventuele aanpassingen zijn dan ook niet uit te sluiten.

Zoals ook is toegelicht in de financieel economische uitgangspunten laat de Middellange termijnverkenning 2018-2021 een aanpassing zien van de werkelijke inflatie (bbp) cijfers Voor deze Begrotingsnotitie 2018 hanteren we een stijging van netto 0,3% (-0,7% 2014, -0,4% 2015, -0,4% 2016,+0,3% 2017 en +1,5% 2018). 

 

13. Ontwikkeling personeelskosten +1,5%

De huidige Cao gemeenten heeft een looptijd tot 1 mei 2017. De onderhandelingen over een nieuwe Cao zullen mogelijk bij het opstellen van de Programmabegroting afgerond zijn. Vooralsnog ramen we een loonstijging van 1,5%. Dit percentage komt overeen met de inflatieontwikkeling (bbp) in 2018.

 

14. Verhoging bijdrage veiligheidsregio (brandweer en GHOR) 2017-2022

Het beleidskader 2017 van de VRBN is door het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling vastgesteld en dient als basis voor de programmabegroting VRBN 2017. Vanaf deze begroting wordt een nieuwe verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdrage aan de regionale brandweer (BBN) toegepast. Van de periode voor 2017 was de bijdrage bepaald op basis van de destijds ingebrachte budgetten. Vanaf 2017 wordt de bijdrage bepaald op basis van het aantal inwoners. In verband met de herverdeeleffecten wordt een ingroeiperiode van 5 jaar gehanteerd. De compensatie bedraagt in het 1ste jaar 100% (2017), het 2e jaar 80% (2018), het 3e jaar 60% (2019), het 4e jaar 40% (2020), het 5e jaar 20% (2021) en vanaf 2022 geen compensatie meer.

Overige significatie wijzigingen uit het beleidskader 2017 welke leiden tot een bijstelling van de gemeentelijke bijdrage zijn: de herijking van de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDUR) inclusief compensatie BTW voor de GHOR en de BBN, de wijziging van de regionale huisvestingkosten BBN, het direct in mindering brengen van de BTW compensatie vanuit de BDUR op de gemeentelijke bijdrage, de vermindering van de formatie GHOR met 0,5 fte en tot slot het verschil in het indexeringspercentage tussen de VRBN en de gemeente Uden.

Voor Uden zijn de financiële gevolgen onderstaand in beeld gebracht:

  2017 2018 2019 2020 2021 2022
Bijdrage Brandweer (bruto) € 1.695.001 € 1.695.001 € 1.695.001 € 1.695.001 € 1.695.001 € 1.695.001
Compensatie (5jr) - € 347.000 - € 277.600 - € 208.200 - € 138.800 - € 69.400 -
Bijdrage Brandweer (netto) € 1.348.001 € 1.417.401 € 1.486.801 € 1.556.201 € 1.625.601 € 1.695.001
Bijdrage GHOR € 75.974 € 75.974 € 75.974 € 75.974 € 75.974 € 75.974
Noodzakelijk budget € 1.423.975 € 1.493.375 € 1.562.775 € 1.632.175 € 1.701.575 € 1.770.975
beschikbaar budget € 1.373.738 € 1.373.738 € 1.373.738 € 1.373.738 € 1.373.738 € 1.373.738
             
Bij te ramen (afgerond) € 50.000 € 120.000 € 189.000 € 258.000 € 328.000 € 397.000

De financiële gevolgen voor de jaren 2017 tm 2020 zijn al meegenomen in het meerjarenbeeld. Rest nog de gevolgen voor 2021 en 2022.

 

15. Algemene uitkering meicirculaire 2017

Op basis van de meicirculaire wordt de Rijksbegroting samengesteld. Wij hanteren de gevolgen van de meicirculaire eveneens voor de prognoses van onze Programmabegroting. Met name de financieel economische uitgangspunten die hierin genoemd zijn alsmede de prognose van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds zijn hierin belangrijk. Deze gevolgen nemen we mee in het Bestedings- en dekkingsplan van Programmabegroting 2018. 

3. Resultaat 1e financiële afwijkingenrapportage 2017

De 1e financiële afwijkingenrapportage is gebaseerd op de bij ons bekend zijnde ontwikkelingen van de 1e drie maanden van 2017 (jan tm mrt). Een uitgebreide specificatie van de hier opgenomen bedragen is terug te vinden bij het onderdeel financiën, 1e financiële afwijkingenrapportage 2017 en als toelichting bij de diverse programma's.

  

16. Ontwikkeling opbrengsten OZB

De opbrengst van de Onroerende zaakbelasting (OZB) is een aanzienlijke inkomstenpost. Onder de naam OZB worden binnen onze gemeente de volgende belastingen geheven;

  • Een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak- niet zijnde een woning- gebruikt;
  • een eigenaarsbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens zakelijk recht (eigendom). Het betreft zowel woningen als niet-woningen.

De prijscompensatie van netto 0,3% is ook van kracht op de ontwikkeling van de opbrengst van de OZB. De ontwikkeling van het onderliggend kohier is bij het opstellen van deze rapportage echter nog niet in beeld, vandaar vooralsnog een p.m. raming. Bij het samenstellen van de Programmabegroting kunnen we hier wel een concrete invulling aan geven.

 

 

5. Offertes 2018

Met ingang van deze Begrotingsnotitie is ook opgenomen een taalinventarisatie van alle offertes (incidenteel/structureel) voor 2018 e.v.. Dit is inclusief alle externe offertes. Bij het definitief opstellen van het Bestedings- en dekkingsplan 2018-2021 worden deze - afhankelijk van de beschikbare ruimte-  geprioriteerd zoals nu al is aangegeven door het college en zoals na bespreking in de Raad. Aangezien de daadwerkelijke prioritering dus later zal plaatsvinden melden we deze post nu als een p.m-post.