Verberg het menu

Financieringsparagraaf

Het doel van deze paragraaf is om de financiële positie van de gemeente op basis van het door de Raad vastgestelde treasurystatuut te evalueren. Daarnaast is de paragraaf een belangrijk instrument voor het transparant maken van de financieringsfunctie. 

De centrale doelstelling van het treasurybeleid is het beheren van de financiële geldstromen en het beperken van de financiële risico’s voor de gemeente. De uitvoering van treasury wordt wettelijk geregeld in de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO). Deze wet regelt dat de uitvoering van de treasuryfunctie binnen de gemeente uitsluitend de publieke taak dient en geschiedt binnen de financiële kaders van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.  

Financiële strategie en beleid

Zoals ook te lezen is in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing sturen we voor gezonde gemeentefinanciën op drie belangrijke pijlers. In onderstaand schema is dit weergegeven. Vervolgens is per pijler een toelichting opgenomen.

Dekking/sluitende begroting

De gemeentebegroting staat onder druk. Ons uitgangspunt is dat we jaarlijks een structureel sluitende begroting presenteren, waarbij de structurele lasten ook daadwerkelijk gedekt worden door structurele inkomsten.
Om dit te realiseren zijn er de afgelopen jaren diverse bezuinigingen doorgevoerd. Gelukkig lijkt het erop dat het licht economisch herstel zich de komende jaren gaat doorzetten. Deze bevestiging zien we ook in de nieuwe prognoses in het in maart 2015 door het Centraal Planbureau gepubliceerde Centraal Economisch Plan 2015. Dit herstel zal zich voor Uden gaan vertalen in een hogere algemene uitkering, een positieve ontwikkeling van de woningbouw en de werkgelegenheid. De snelheid en kracht van dit herstel bepalen uiteindelijk of er nog extra bezuinigingen nodig zijn in de begroting van de gemeente Uden. 

De reservepositie van de gemeente Uden is toegenomen met € 2.465.600 naar € 44.402.821. Dit betreft het incidentele rekeningsaldo 2013, wat volgens besluitvorming is toegevoegd aan de algemene reserve vrij besteedbaar. 

Actuele Ontwikkelingen

bbp

(bron: http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/macro-economie/publicaties/artikelen/archief/2015/economie-groeit-in-vierde-kwartaal.htm )

Zoals uit bovenstaande grafiek blijkt, is de economische situatie in 2014 licht verbeterd. Deze ontwikkelingen hebben vanzelfsprekend zijn weerslag op de financiën van de gemeente Uden. Lees hier meer over in de onderbouwing actuele ontwikkelingen.


Risicomanagement/weerstandscapaciteit

Deze pijler is nader toegelicht in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Financiering/EMU-saldo, Wet hof en schuldpositie

Deze 3e pijler en vooral het actief sturen op deze pijler is vrij nieuw voor onze gemeente. We hebben ‘het sturen op schuld’ als doelstelling opgenomen in het coalitieprogramma ‘Samen voor een vitaal Uden!’. Tevens zijn er prestatie indicatoren opgenomen om de realisatie van deze doelstelling te kunnen monitoren. Vanaf de Programmarekening 2015 wordt er verantwoording afgelegd over deze nieuwe indicatoren.

Tijdens de economische crisis van de afgelopen jaren hebben we vooral ingezet op zoveel als mogelijk blijven doen voor onze gemeenten. Dit uiteraard wel binnen de voor ons geldende richtlijnen en boekhoudvoorschriften (BBV). Extra investeringen worden door ons gefinancierd met langlopende geldleningen. Hierdoor is onze schuldpositie uiteraard wel toegenomen.
Deze schuldpositie staat nu volgens onze eigen maatstaven (indicatoren) onder druk. Daar willen we de komende periode dan ook actief verbetering in aan gaan brengen.
 

Schatkistbankieren en Wet Hof

Het huidige kabinet heeft een regeerakkoord gesloten dat voor gemeenten een aantal (financiële) gevolgen hebben. In dit regeerakkoord zijn onder andere afspraken gemaakt over het verplicht schatkistbankieren en de Wet HOF (Wet Houdbare Overheidsfinanciën). Doel hiervan is het verlagen van de schuld van de Economische Monetaire Unie (EMU). De gemeente Uden voldoet aan de voorwaarden van het schatkistbankieren en de Wet HOF.
 

De komende jaren verwachten wij, als gevolg van onze financiële positie, geen overtollige middelen te bezitten. De financiële gevolgen van het verplicht schatkistbankieren zijn naar verwachting voor onze gemeente dan ook te verwaarlozen. 

Renteontwikkeling en rentebeleid

Historische kapitaalmarktprijzen

De renteontwikkeling is van invloed op de financiering van de gemeentelijke activa. Voor meer informatie over de renteontwikkeling en het rentebeleid van de gemeente Uden klik hier.

Renterisico’s

Het renterisico is de mate waarin de lange en korte rente een negatief effect hebben op het resultaat en dus de financiële positie. Voor de toetsing van het renterisico heeft de overheid twee instrumenten gedefinieerd namelijk de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. 

De kasgeldlimiet geeft aan hoeveel de gemeente kort mag financieren als percentage van de begroting. De toegestane kasgeldlimiet bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal.

De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. De renterisiconorm houdt in, dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar.

Zoals uit onderstaande grafiek is waar te nemen is de kasgeldlimiet in 2014 niet overschreden. Ook de renterisiconorm is in 2014 niet overschreden. Voor een uitgebreide toelichting klik hier.

Liquiditeitspositie

Lange en korte financieringsmiddelen

Onderstaand overzicht van financieringsmiddelen geeft weer wat de opgenomen en verstrekte geldleningen van de gemeente Uden zijn.  

 
 

opgenomen

(x € 1.000)

verstrekt

(x € 1.000)

Stand per 1 januari 2014 €114.380 € 25.682
Aflossingen in 2014 € -6.651 € -5.970
Opgenomen/uitgezet € 0 € 0
Stand per 31 december 2014 € 107.729 € 19.715

In 2014 is er geen nieuwe lening afgesloten. Naast de “rekening courant”, “kasgeldleningen” en de “rekening Schatkistbankieren” kent de gemeente geen korte leningenportefeuille.

Renteresultaat 2014

De omvang van het renteresultaat wordt vooral beïnvloed door het gekozen omslagpercentage (4,0% in 2014) ten opzichte van de werkelijke kosten van aantrekken van geld (zowel het eigen als het vreemde vermogen) en de geschatte saldi per 1 januari. In totaal levert dit een incidenteel voordeel op van € 12.000.