Verberg het menu

Sociale en doelmatige aanpak

Centraal staat het werken vanuit het integrale klantproces, waarbij het proces zelf maatwerk moet zijn maar de uitkomst (de gewenste oplossing voor de klant) niet per se individueel maatwerk hoeft te zijn. Juist door efficiënte inzet van maatschappelijk vastgoed en/of welzijnsvoorzieningen kan steeds vaker aan de wens van een individuele klant worden voorzien door de inzet van een algemene of gecollectiveerde voorziening. Scootmobielpools zijn een goed voorbeeld van een gecollectiveerde voorziening;  de ontmoetingsruimten van MFA's zijn een algemene voorziening.

Realisatie in één oogopslag

 afgerond/gerealiseerd   gestart/onderhanden   nog niet opgestart

  Sociale en doelmatige aanpak   Toelichting
1 In 2015 op een excellente wijze invoeren van het nieuwe sociale beleid. Door gerichte sturing op klantproces, vertaald naar te behalen doelen en benodigde inzet (tijd, geld, kwaliteit) van betrokken partners de komende jaren de ideale zorgpiramide realiseren waarbij ca. 80 % van de inwoners is geholpen door inzet van de directe omgeving en algemene voorzieningen. In 2015, het overgangsjaar,  is vooral ingezet op het voeren van gesprekken met klanten die met de transities zijn overgekomen. Voor Wmo en Jeugdwet zijn gesprekken gevoerd; hiervoor en voor de verwerking van deze gesprekken, is extra personeel aangetrokken. De versnelling die nodig was voor de PGB’s (om een goede afwikkeling door de SVB te garanderen), is pragmatisch opgelost door daar waar mogelijk en logisch gezien de zorgcomplexiteit, beschikkingen administratief te verlengen. De partijen die samen de toegang bemensen zijn met ingang van 2016 gefuseerd naar Ons-Welzijn. De nieuwe prestatie afspraken over 2016 moeten nog worden vastgelegd. Dit wordt afgehandeld met de nieuwe bestuurder van Ons-Welzijn die per 1-3-2016 aantreedt. Ondertekening van de overeenkomst zal zijn in het 1ste kwartaal van 2016.
2 Als het gaat om preventie worden basisvoorzieningen belangrijk. Voor jeugdigen is dat bijv. het jongerenwerk en begeleiding binnen de onderwijsketen’. Voor volwassenen is dat het behoud van de factor ‘tijd en aandacht’ die vooral geleverd wordt door het product ‘hulp bij het huishouden’. Deze voorzieningen blijven minimaal op het huidige niveau. De jaarlijkse benchmark voor de Wmo bestaande uit kwantitatief onderzoek is, volgens de wettelijke voorschriften, 30 juni 2015 aangeleverd bij het ministerie. Het kwalitatief deel van dit onderzoek is in oktober 2015 gedeeld met de consulenten. Naast de hoge klanttevredenheid (een 7,9) zijn er nog verbeterpunten in het proces. Landelijk wordt gewerkt aan een monitor sociaal domein die niet alleen de benchmark in zich bergt maar ook beleidsinformatie moet geven.
3 In de hulpverlening richting gezinnen is het doel; weer meedoen in de samenleving en het uitgangspunt: één gezin, één plan, één regisseur. In augustus 2015 is het eerste resultaat hiervan verwerkt in het dashboard voor Uden en besproken met het auditcommite van de raad. Halfjaarlijks worden de resultaten van de doorontwikkeling gepubliceerd en de data geactualiseerd. 

Realisatie 2015 in kengetallen

Terugdringen gespecialiseerde jeugdhulp van 14% naar 8% en naar 5% in een nader te bepalen jaar

                                Percentage kinderen in gespecialiseerde jeugdhulp
  2013 2014 2015 2018
Prognose     8% * 8%
Werkelijk 14%      

 Informatiebron: Beleidsplan Jeugdzorg 2015-2018, Monitorgegevens

* Het is niet mogelijk om een reële prognose te maken voor 2015 gezien de ontwikkelingen met betrekking tot de decentralisatie van de jeugdzorg. Daarom hebben we de prognose voor 2018 opgenomen.