Verberg het menu

Financiering en rentebeleid

Financieringspositie

De financieringspositie ultimo 2015 was als volgt:

Materiële Vaste activa 106,0 mln Eigen vermogen 52,0 mln
-gronden en terreinen   -algemene reserve  
-gebouwen   -bestemmingsreserves  
-wegen, riolering, etc.      
-machines      
Financiële Vaste activa 21,1 mln Voorzieningen 25,8 mln
-verstrekte leningen (woningbouwcorp./derden)   -voorziening verplichtingen  
-aandelen   -voorziening risico's  
-overige langlopende vorderingen   -voorziening kosten volgend jaar  
    -voorziening specifieke bestedingen  
    Leningen 94,2 mln
    -opgenomen leningen van banken  

Totaal vaste activa

127,1 mln

Totaal vaste passiva

172,0 mln

       
Onderh. werk 45,5 mln    
-grondexploitatie      
Overige kortlopende activa 16,0 mln Kortlopende passiva 16,6 mln
-debiteuren/nog te ontvangen bedragen   -crediteuren (nog te betalen bedragen)  
-kas/banksaldi   -vooruitontvangsten Rijk  
-aflossingen verstrekte geldleningen 2015   -aflossingen opgenomen geldleningen 2015  
Totaal vlottende activa 61,5 mln Totaal vlottende passiva 16,6 mln
Balanstotaal 188,6 mln Balanstotaal 188,6 mln

In de uitvoering van de treasuryfunctie streven wij ernaar om langlopende zaken ook langlopend te financieren en kortlopende activa min of meer in evenwicht te houden met kortlopende passiva. De financiering van de gemeentelijke activa vindt plaats met liquide middelen indien aanwezig en anders met het aantrekken van geldleningen.

Het meerjarig beeld van de financieringspositie is nog steeds lastig te bepalen. Enerzijds is er nog een aanzienlijke hoeveelheid restantkredieten van investeringen die nog niet zijn opgestart c.q. moeten worden afgerond, zie hiervoor de bijlage staat van onderhanden werken (PDF, 128.0 kB). Daarnaast is het toekomstig verloop van de grondexploitatie onzeker. Op termijn is echter wel de verwachting dat het geïnvesteerd vermogen in de grondexploitatie zal dalen (doordat bouwkavels verkocht worden). Bij het afsluiten van geldleningen zal met deze verwachting rekening worden gehouden.

Kasstroom

In onderstaand overzicht is de verwachte ontwikkeling van de financieringspositie weergegeven door middel van een kasstroomoverzicht. Een kasstroomoverzicht is een overzicht van de feitelijke geldstromen die in een organisatie in de loop van een boekjaar binnenkomen en uitgaan. Op basis van onderstaande kasstroomoverzicht kan geconcludeerd worden dat er in 2016/2017 een langlopende lening afgesloten zal moeten worden. De forse negatieve kasstroom overstijgt namelijk de kasgeldlimiet.  

Kasstroom uit operationele activiteiten: Het eerste deel beschrijft de kasstromen die voortvloeien uit de bedrijfsvoering. Dit begint met het rekening-/begrotingsaldo zoals die is vermeld in de programmarekening/-begroting en corrigeert dit bedrag op een aantal punten (geen uitgaven of ontvangsten).
Kasstroom uit investeringsactiviteiten: het gaat hierbij om de investeringen in materiele vaste activa. Eventuele desinvesteringen worden hierop in mindering gebracht. De investeringen uit investeringsactiviteiten zijn over het algemeen negatief, want betreffen een uitgaande kasstroom. Kasstromen uit investeringsactiviteiten betreffen uitgaven die op de balans geactiveerd worden.
Kasstroom uit financieringsactiviteiten: dit betreffen de opnamen/aflossingen van langlopende geldleningen/kasgeldleniningen. Ook geldleningen worden op de balans geactiveerd. 

Netto-schuldquote

De netto-schuldquote wordt als volgt berekend:


Zie verder de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing voor de netto-schuldquote in 2015. 

Solvabiliteit

Doormiddel van de solvabiliteit wordt gekeken of een organisatie in staat is om op korte en lange termijn aan haar schulden te kunnen voldoen. De solvabiliteit wordt uitgedrukt in een kengetal (ratio). Het solvabiliteitsratio wordt als volgt berekend:


Het solvabiliteitsratio is het afgelopen jaar verbeterd van 21,64% (ultimo 2013) naar 27,4% (ultimo 2015). Volgens de VNG springt het licht voor een gemeente op oranje indien het solvabiliteitsratio lager is dan 30%. De huidige stand is derhalve nog steeds zorgwekkend. Vanwege de nog te financieren onderhanden werken en de nieuwe investeringen in de programmabegroting 2016 is de verwachting dat het solvabiliteitsratio voorlopig niet boven 30% uit zal komen.  


Renteontwikkeling

De kortlopende rente (Euribor) is op dit moment nog steeds zeer laag (-0,27%). De kortlopende rente is het afgelopen jaar zelfs gedaald ten opzichte van 2014. Deze rente is momenteel negatief, vanwege maatregelen door de Europese Centrale Bank. De ECB hoopt met deze maatregel de economie verder te stimuleren, doordat consumenten en bedrijven door de renteverlaging goedkoper kunnen lenen. Banken verwachten dat de kortlopende rente voorlopig ongeveer gelijk zal blijven.
* De lange rente: Evenals de korte rente, is ook de rente van de langlopende leningen gedaald vanwege de maatregel van de ECB. De verwachting van de Nederlandse banken is dat de rente voorlopig rond 1,25% (looptijd 20 jaar) zal blijven.

Rentebeleid

Huidige werkwijze

De financiering van de gemeentelijke activa vindt plaats met interne middelen (reserves en voorzieningen) en met extern aangetrokken geldleningen. De rentelasten van de financieringsmiddelen worden intern doorbelast aan de gemeentelijke onderdelen door middel van de omslagrente. Deze rente bedraagt in 2015 4,0%, (in 2014: 4,0%). Jaarlijks wordt beoordeeld of tot aanpassing van de omslagrente over gegaan dient te worden. Naar aanleiding van deze beoordeling is middels begrotingsnotitie 2016 besloten om het omslagpercentage in 2016 te verlagen naar 3,5%.

Werkwijze vanaf begroting 2017

Vanwege de gewijzigde BBV is het vanaf de programmabegroting 2017 niet meer toegestaan om rente (en overheadkosten) toe te rekenen aan de diverse taakvelden. De werkelijke rente zal op een afzonderlijk taakveld (programma bedrijfsvoering) verantwoord moeten worden, mits deze direct toe te rekenen is aan taken (projectfinanciering).

Het principe van bespaarde rente met hantering van een fictief rendement over het eigen vermogen, is ondoorzichtig, niet realistisch en mag komen te vervallen. De werkelijke rentekosten mogen wel worden doorberekend als anders een begrotingstekort ontstaat (kostendekkende producten).
Eventuele financiële gevolgen van deze BBV-wijziging zullen opgenomen worden in de begrotingsnotitie/programmabegroting 2017.