Verberg het menu

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Risicomanagement heeft een prominente plek binnen de planning en control cyclus van de gemeente Uden. Het is een continuproces. Bij alle planning & control producten wordt hierover gerapporteerd in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. In plaats van een periodieke inventarisatie is het risicomanagement bij de gemeente Uden een manier van denken. Het dient als hulpmiddel bij het nemen van besluiten door zowel Raad als college. 

Financiële strategie en beleid

Zichtbaar is dat risicomanagement, wat het onderwerp is van deze paragraaf, slechts 1 van de 3 pijlers is.

De pijler dekking/sluitende begroting wordt nader toegelicht in het bestedings-en dekkingsplan van de Programmabegroting 2017. De pijler financiering komt aan de orde in financieringsparagraaf.

Prestatie indicatoren

Om te kunnen sturen op de financiën zijn er prestatie indicatoren Voor de 3 pijlers, dekking, risicomanagement en financiering zijn de volgende prestatie indicatoren gedefinieerd:

Dekking

  • Begroting is structureel in evenwicht

Risicomanagement

  • Weerstandsratio
  • Weerstandscapaciteit

Financiering

  • Solvabiliteitsratio
  • Netto schuld als percentage van de exploitatie
  • Ratio verstrekte geldleningen aan derden/verbonden partijen in relatie tot de gemeentelijke inkomsten mag niet toenemen

Kengetallen Financiële positie

Naast bovengenoemde prestatie indicatoren zijn gemeenten op grond van artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording verplicht om onderstaande kengetallen op te nemen in programmabegroting en programmrekening. De berekening van deze kengetallen is voor iedere gemeente identiek. Op termijn is benchmarking met andere gemeenten op basis van deze getallen dan ook mogelijk. Let wel, een percentage zelf zegt nog niet zoveel. Bij een vergelijking met andere gemeenten zal bijvoorbeeld ook het voorzieningenniveau betrokken moeten worden. In overleg met het audit-comité is afgesproken vooralsnog de cijfers te verzamelen zonder er concrete doelstellingen aan te verbinden. De wetgever stelt ook geen eisen aan normering. Dit in verband met de eigenheid van gemeenten.

Kengetallen

Rekening

2014

Begroting

2015

Rekening

2015

Begroting

2016*

Rekening

2016

Begroting

2017*

Netto schuldquote 88,3% 91,3% 76,4% 74,6% 75,9% 89,6%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 72,6% 77,8% 63,9% 64,8% 64,9% 78,8%
Solvabiliteit 24,2% 23,7% 27,4% 27,6% 29,5% 29,8%
Grondexploitatie 40,9% 33,4% 36,1% 33,7% 27,0% 28,5%
Structurele exploitatieruimte 0,1% -0,4% -2,4% -0,4% 0% -0,8%
Belastingcapaciteit 98,6% 99,2% 99,2% 97,2% 97,2% 96,4%
             

* Prognose programmabegroting 2016 en 2017 zijn op basis van actuelere financiële gegevens aangepast. De begrote kengetallen voor 2017 zijn positiever dan gepresenteerd in de Programmabegroting 2017. Dit komt met name door de ontwikkelingen (winstnemingen) binnen het grondbedrijf.

Netto schuldquote

Dit kengetal biedt inzicht in het niveau van de schulden ten opzichte van de eigen middelen en wordt uitgedrukt in een percentage. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De toename van de netto schuldquote wordt vooral veroorzaakt door dat de begrote inkomsten fors lager zijn door lagere inkomsten van het grondbedrijf.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Dit kengetal wordt berekend zoals de netto schuldquote. Leningen aan openbare lichamen, woningbouwcorporaties, deelnemingen en overige verbonden partijen worden daar vervolgens op in mindering gebracht. Bij dergelijke leningen kan er onzekerheid ontstaan of ze allemaal terug worden betaald. Met berekening van dit kengetal wordt duidelijk wat het aandeel van de versterkte leningen in exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast.

Solvabiliteitsratio

Dit kengetal geeft inzicht in hoeverre we in staat zijn om aan de financiële verplichtingen op lange termijn te voldoen. Berekend is  het eigen vermogen gedeeld door het totale vermogen, uitgedrukt in een percentage. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten.

Grondexploitatie

Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zicht verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Voor de berekening van dit kengetal worde de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting / programmarekening (artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop.

Structurele exploitatieruimte

Dit kengetal berekent de structurele baten minus lasten, gecorrigeerd met structurele mutaties in reserves gedeeld door de totale baten gecorrigeerd met structurele mutaties in reserves uitgedrukt in een percentage. Hoe hoger het percentage hoe meer ruimte er is voor het doen van structurele uitgaven. Ons streven is om structurele lasten zoveel mogelijk af te dekken door structurele baten wat resulteert in een percentage van 0%. Een positief percentage geeft aan dat er meer structurele baten zijn dan uitgaven. Dit zou een nog gezondere balans zijn. 

Belastingcapaciteit

Dit kengetal vergelijkt de lokale lastendruk van een gezin met gemiddelde WOZ-waarde voor ozb, rioolheffing en afvalstoffenheffing met de landelijke lastendruk gezin met gemiddelde WOZ-waarde voor ozb, rioolheffing en afvalstoffenheffing en drukt dit uit in een percentage. Een percentage van minder dan 100% betekent dat de lokale lastendruk lager is dan de landelijk gemiddelde lastendruk.

Beleid

Het beleid voor risicomanagement (PDF, 502.2 kB) is geactualiseerd en door uw Raad vastgesteld in december 2014. De belangrijkste wijziging ten opzichte van het eerdere beleid is dat er geen onderscheid meer wordt gemaakt tussen incidentele en structuerele risico's. Dit resulteert in 1 weerstandsratio. De inzichtelijkheid in de risico's van de gemeente Uden is hiermee niet gewijzigd. De verantwoording van de risico's vindt op dezelfde transparante wijze plaats als voorheen.  

Risico's, weerstandscapaciteit en ratio's

Risico's

Doelstelling van de gemeente Uden is om periodiek inzicht te hebben in de risico's. Hierover wordt 4x per jaar (in de Begrotingsnotitie, de Programmabegroting, de Bestuursrapportage en de Programmarekening), verantwoording afgelegd. De financiële omvang van deze risico's wordt op een uniforme wijze, conform het vastgestelde beleid, in beeld gebracht.

Top 11 risico’s

De risico inventarisatie vindt plaats op basis van de inschatting van de financiële impact en de kans van optreden. We hanteren hierbij klassen van 1 tot 5. Hierbij oplopend van kans en financiële impact. Voor een verdere toelichting op dit systeem van risicobeoordeling verwijzen wij naar het eerder genoemde beleid voor het risicomanagement vastgesteld in december 2014. Hieronder is schematisch weergegeven wat de grootste risico’s zijn voor de gemeente Uden. Voor deze weergave is geen onderscheid gemaakt tussen de incidentele en structurele risico’s.

Top 11 risico's Programmarekening 2016 schematisch

* De risico's van het sociaal domein zijn dit jaar gelijk gehouden aan de hoogte van de reserve en daarmee afgedekt. Daarom is alleen de totale omvang van het risico benoemd en geen inschatting gemaakt van de kans x impact. Naar verwachting zal in de loop van de tijd steeds meer duidelijkheid komen rondom de ontwikkelingen (aantallen etc) in het sociaal domein waardoor het wel mogelijk is een inschatting te maken van de kans en de impact. Hierdoor ontbreken de nummers 1 t/m 3 in bovenstaande tabel.

De grootste risico's betreffen de risico's in het sociaal domein en het grondbedrijf. Als gevolg van de decentralisatie per 1 januari 2015 zijn de taken en verantwoordelijkheden in het sociaal domein voor een groot gedeelte bij gemeenten komen liggen. Om deze tranistie goed te laten verlopen zijn er al heel veel werkzaamheden verricht. Maar de complexiteit en de omvang van de tranisitie is enorm. Er zijn nog steeds veel onduidelijkheden bijvoorbeeld over de omvang van de aantallen. Ook moeten processen nog verder ingericht worden om de decentralisatie goed te laten verlopen en te beheersen. Vooralsnog zijn de risico's voor deelfonds participatie, deelfonds jeugd en deelfonds WMO gelijk gehouden aan de omvang van de reserve sociaal domein conform het aandeel van het desbetreffende deelfonds in de reserve. We verwachten dat we het komend jaar het noodzakelijk inzicht verkrijgen zodat we een nog betere inschatting van het risico kunnen maken conform ons hiervoor gehanteerd model van risicobepaling.

Bij het grondbedrijf is de risico inventarisatie een belangrijk onderdeel van het meerjarig perspectief. Ook de externe accountant bevestigt dat de beheersing, wat een belangrijk gedeelte is van de risico inventarisatie, van het grondbedrijf op orde is. Gezien de onzekerheid van de ontwikkelingen op de markt blijft dit risico groot. Tenslotte is het beveiligingsrisico ook opgenomen in het rode gebied. Dit risico is toegenomen als gevolg van steeds hogere mate van digitalisering. De wetgeving hieromtrent is ook in ontwikkeling. Zo is er de nieuwe wet Meldplicht datalekken. Als gevolg hiervan zijn er intern procedures opgezet om te voldoen aan de wetgeving.

De overige risico's in het oranje gebied zijn verschillend van aard. Zichtbaar is dat de kans dat ze zich voordoen redelijk gering is maar als ze zich voordoen is de financiële impact aanzienlijk. Deze risico's zijn gedetailleerd toegelicht in de risico inventarisatie (PDF, 129.9 kB). Daar zijn ook de beheersingsmaatregelen opgenomen om deze risico's zo goed mogelijk af te dekken.

Risico's per programma

De risico's verdeeld over de programma's zien er als volgt uit. Hierbij is eveneens de ontwikkeling van de risico's ten opzichte van de vorige producten uit de Planning & control cyclus zichtbaar.

Opvallend bij deze grafiek is de toename van het risico in Programma 2 Maximaal meedoen. Zoals beschreven bij de "Top 11 risico's" is er met ingang van de Programmarekening 2016 een cijfermatig risico opgenomen voor de transitie in het sociaal domein. Hier tegenover staat een reserve van dezelfde omvang. Per saldo heeft dit dus geen invloed op de weerstandsratio. De reden dat zowel het risico als de reserve sociaal domein zijn opgenomen in de berekening van de weerstandsratio is dat deze ook conform de gemeentebrede systematiek voor risicomanagement in beeld worden gebracht en onderdeel uitmaken van de beoordeling van de financiële positie.

Daarnaast is zichtbaar dat er met ingang van Programmabegroting 2017 een programma Bedrijfsvoering is opgenomen. Dit maakt de vergelijking van de risico's van de Programmarekening 2016 met de Programmabegroting 2017 lastig.

Klik hier (PDF, 61.1 kB) voor de specificatie van de risico's per programma.

Uitgebreide risico analyse

De risico's worden conform ons beleid voor risicomanagement geïnventariseerd. Hierdoor is op een gedetailleerd niveau inzicht in de risico's die de gemeente Uden loopt. Tevens wordt door de vakafdelingen aangegeven op welke wijze de risico's beheerst worden. Voor de volledige risico inventarisatie klik hier (PDF, 129.9 kB).

Weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bedraagt € 47 mln. Voor de specificatie hiervan klik hier.

Weerstandsratio

De weerstandsratio wordt als volgt berekend:

weerstandscapaciteit

risico's                          =     weerstandsratio


De weerstandsratio geeft aan in hoeverre de gemeente Uden in staat is haar risico's op te vangen.

Toelichting ontwikkeling ratio

De werkelijke ratio in 2016 bedraagt 2,1 en is afgenomen met 0.2 ten opzichte van de werkelijk ratio 2015 . DIt wordt veroorzaakt doordat de risico's naar verhouding meer zijn toegenomen dan de weerstandscapaciteit.

De weerstandscapaciteit is toegenomen met € 12 mln. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door enerzijds de toename van de algemene reserve grondbedrijf. Als gevolg van wetswijzigingen zijn wij als gemeente verplicht meer tussentijdse winst (€ 6 mln) te nemen. Deze wordt rechtstreeks gedoteerd aan de algemene reserve grondbedrijf waardoor dit geen effect heeft op het resultaat. Wel verhoogd dit de algemene reserve grondbedrijf. Anderzijds is met ingang van deze Programmarekening ook de reserve sociaal domein (€ 8 mln) toegevoegd aan de berekening van de weerstandscapaciteit. 

De risico's zijn toegenomen met ongeveer € 8 mln. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door het financieel opnemen van de risico's in het sociaal domein. Er waren en zijn nog steeds veel onduidelijkheden/onzekerheden in het sociaal domein. Deze risico's zijn lastig in te schatten cq. financieel te maken conform onze systematiek voor risicomanagement. Tot voorheen werden de risico's in het sociaal domein tekstueel opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen. Omdat we het financiële positie van het sociaal domein (risico's en stand van de reserve) zo transparant mogelijk willen opnemen in onze verantwoording hebben we met ingang van deze Programmarekening de risico's voor het sociaal domein financieel opgenomen. Omdat we nog geen betere inschatting kunnen maken hebben we het bedrag gelijk gehouden aan de stand van de reserve sociaal domein. Anderzijds hebben we de reserve sociaal domein betrokken bij de berekening van de weerstandscapaciteit. Per saldo heeft deze presentatie geen invloed op de weerstandsratio maar naar onze mening is het inzicht in de financiële positie van het sociaal domein hiermee wel toegenomen. De ambitie voor de komende jaren is om een steeds betere inschatting te kunnen maken van de risico's met betrekking tot het sociale domein. 

Per saldo ontwikkelt de ratio zich positief en zit op de norm van 2. 

Doorkijk naar de toekomst

De weerstandsratio ligt op de gestelde norm. Dat betekent dat de gemeente Uden prima in staat is om haar risico's op te vangen. Dit is positief voor de financiële positie van de gemeente Uden. Maar desondanks zijn er nog steeds factoren die deze ratio direct negatief kunnen beïnvloeden. Denk hierbij aan afboekingen vanuit de grondexploitatie, het niet halen van bezuinigingstaakstellingen, toename van de incidentele risico’s en negatieve resultaten in afwijkingenrapportages.
Om het weerstandsvermogen minimaal op niveau te houden, zal net als voorgaande jaren verder worden gegaan met de volgende stappen:

  • Actief sturen op het realiseren van de bezuinigingen doormiddel van de bezuinigingsmonitor.
  • Extra kritisch kijken naar B&W voorstellen waarbij als dekking de algemene reserve wordt genoemd.
  • Bestemmingsreserves kritisch screenen en waar mogelijk vrij laten vallen ten gunste van de algemene vrije reserve.
  • Bestemmingsreserves koppelen aan de algemene vrije reserve.
  • Eventuele exploitatieoverschotten direct toevoegen aan de algemene vrije reserve.

Daarnaast is het van belang om de risico's te blijven beheersen en nieuwe risico's te identifceren. Er zijn reeds stappen gezet om de risicobeheersing meer te koppelen aan de interne controle zodat er een betere toets plaatsvindt op de werking van de beheersingsmaatregelen. Hier zullen we in 2017 mee verder gaan. Daarnaast is de doelstelling voor de toekomst om de ratio tussen de 1 en 2 te houden.

Voor het sturen op de financiële positie heeft de gemeente Uden 3 pijlers -dekking/ sluitende begroting, financiering en risicomanagement en weerstandscapaciteit- gedefinieerd. Ondanks dat deze pijler, risicomanagement en weerstandscapaciteit, op de norm ligt is er binnen de gemeente Uden veel aandacht om de financiële positie te verbeteren. Zie hiervoor ook de financieringsparagraaf.

Ontwikkeling vermogenspositie

De gemeente Uden wil sturen op risico’s en weerstandsvermogen. Belangrijk hierbij is ook de ontwikkeling van de vermogenspositie van onze gemeente. De vermogenspositie heeft betrekking op de incidentele weerstandscapaciteit. In onderstaand overzicht is duidelijk zichtbaar hoe het vermogen zich ontwikkelt.

In de grafiek is zichtbaar dat de reserve positie van de gemeente Uden van 2011 flink is afgenomen ten opzichte van 2009. De afname van het vermogen wordt voornamelijk veroorzaakt door de genomen verliezen in het grondbedrijf. Sinds 2014 neemt de vermogenspositie weer langzaam toe. Dit wordt met name veroorzaakt door de toename in de Algemene reserve van algemene reserve (incl. grondbedrijf) met bijna € 10 mln. We zijn ons ervan bewust dat de vermogenspositie nog steeds verbeterd kan worden. De acties die hiervoor genomen kunnen worden staan beschreven bij de doorkijk naar de toekomst.

De vermogenspositie is een onderdeel van de financiële positie en komt tot uitdrukking in de pijler dekking/sluitende begroting. Dit maakt onderdeel uit van het strategische financieel beleid. De activiteiten en prestatie indicatoren om deze te meten, zijnopgenomen in de Programmabegroting 2016 onder programma Dienstbare en betrouwbare overheid.