Verberg het menu

Financieringsparagraaf

Het doel van deze paragraaf is om de financiële positie van de gemeente op basis van het door de raad vastgestelde treasurystatuut te evalueren. Daarnaast is de paragraaf een belangrijk instrument voor het transparant maken van de financieringsfunctie. De centrale doelstelling van het treasurybeleid is het beheren van de financiële geldstromen en het beperken van de financiële risico’s voor de gemeente. De uitvoering van treasury wordt wettelijk geregeld in de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO). Deze wet regelt dat de uitvoering van de treasuryfunctie binnen de gemeente uitsluitend de publieke taak dient en geschiedt binnen de financiële kaders van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

Financiële strategie en beleid

Zoals ook te lezen is in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing sturen we voor gezonde gemeentefinanciën op drie belangrijke pijlers. In onderstaand schema is dit weergegeven.


Dekking/sluitende begroting

Een structureel sluitende begroting is een begroting waarin de jaarlijks terugkerende lasten ook daadwerkelijk gedekt worden door jaarlijks terugkerende inkomsten. Onze begroting staat al een aantal jaren onder druk. Vanaf de aanvang van de economische recessie was dat goed te verklaren. Onze belangrijkste inkomstenbron 'de algemene uitkering van het Rijk' werd namelijk aanzienlijk lager door de vele rijksbezuinigingen die hierin doorberekend zijn. Verder kregen gemeenten er -als vorm van Rijksbezuiniging- ook steeds meer taken bij, waarbij niet altijd een financiële vergoeding tegenover stond. Neem hierbij ons standpunt om bewust in te teren op onze reserves om toch tijdens deze recessie zoveel als mogelijk te realiseren voor onze inwoners en onze coalitiestandpunten om géén OZB-verhoging door te voeren en het sociaal vangnet in tact te laten de druk op de begroting is verklaard. Om toch een structureel sluitende Programmabegroting te kunnen aanbieden gedurende die jaren is er in drie bezuingingsronden voor bijna  € 7 miljoen structureel aan bezuinigingen gerealiseerd. De realisatie van deze bezuiniging loopt volgens planning. Zonder nieuwe bezuinigingen hebben we een structureel sluitende meerjarenraming (met ingang van 2019) in deze Programmabegroting kunnen presenteren. Zie het bestedings- en dekkingsplan 2017-2020.

Actuele ontwikkelingen

bbp

Zoals uit bovenstaande grafiek blijkt, is er sprake van een lichte verbetering in de economische situatie Deze ontwikkelingen zien wij als gemeente hopelijk terug in het aantrekken van de grondverkopen, de toename van banen en als afgeleide hiervan een afname in het aantal bijstandsontvangers.

De pijler dekking/sluitende begroting wordt nader toegelicht in het bestedings- en dekkingsplan.

Risicomanagement/weerstandscapaciteit

De pijler risicomanagement komt aan de orde in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Financiering/EMU-saldo, Wet hof en schuldpositie

Zichtbaar is dat financiering, wat het onderwerp is van deze paragraaf, slechts 1 van de 3 pijlers is. De actuele ontwikkelingen, het beleid en risico’s rond financiering worden nader uitgewerkt in deze paragraaf.
Deze 3e pijler en vooral het actief sturen op deze pijler is vrij nieuw voor onze gemeente. We hebben ‘het sturen op schuld’ als doelstelling opgenomen in het coalitieprogramma ‘Samen voor een vitaal Uden!’. Tevens zijn er prestatie indicatoren opgenomen om de realisatie van deze doelstelling te kunnen monitoren. In de programmarekening 2015 is er voor het eerst verantwoording afgelegd over deze nieuwe indicatoren.

Tijdens de economische crisis van de afgelopen jaren hebben we vooral ingezet op zoveel als mogelijk blijven doen voor onze gemeente. Dit uiteraard wel binnen de voor ons geldende richtlijnen en boekhoudvoorschriften (BBV). Extra investeringen worden door ons gefinancierd met langlopende geldleningen. Hierdoor neemt onze schuld toe. In deze begroting is voor ruim € 9,5 miljoen aan nieuwe investeringen opgenomen. Aflossingen daarintegen hebben een positief effect op de schuldpositie.

Financiering en rentebeleid

Wettelijke kaders

Ten aanzien van het treasurybeleid zijn de volgende kaders van belang:

De wet Fido geeft aan dat het aantrekken en uitlenen van geld alleen kan plaatsvinden in het kader van de publieke taak. Er is een verbod op bankieren door overheden. De Ruddo geeft onder andere voorschriften over beleggingen (minimale ratings) en derivatenconstructies.
In het treasurystatuut van de gemeente Uden zijn de doelstellingen van het treasurybeleid opgenomen. Daarnaast is vastgelegd wie welke rol heeft in het treasurybeleid.

Rentevisie

Een rentevisie is een instrument dat helpt renterisico’s te beheersen. Een rentevisie is gebaseerd op het interpreteren van een aantal economische variabelen. De belangrijkste variabele daarbij is de inflatieverwachting. Wanneer men veel inflatie verwacht dan zal de Europese Centrale Bank (ECB) reageren door de korte termijn voorschotrente te verhogen. Op basis van deze voorschotrente worden de banktarieven berekend. De actuele situatie op de rentemarkt leest u hier.

Kengetallen

De financieringspositie wordt in meerjarig opzicht bepaald door de uitvoering van de investeringen (onderhanden werken) de financiële activa, de aangetrokken geldleningen en de verwachte opbrengst grondverkoop.

Het kengetal netto schuld als aandeel van de inkomsten zegt het meest over de financiële (vermogens)positie van een gemeente. Dit kengetal wordt wel de netto-schuldquote genoemd. De netto-schuldquote geeft aan of een gemeente investeringsruimte heeft of juist op haar tellen moet passen. Het eigen vermogen in de vorm van reserves zegt daar weinig over. Het eigen vermogen geeft aan in hoeverre het gemeentebezit vrij van schuld is. Dat zegt niets over de hoogte van de schuld waarmee het bezit wel is belast.
De norm van de VNG ligt tussen 0 en 100. Boven een netto-schuldquote van 100 is de situatie kritiek. In het coalitieprogramma “Samen voor een vitaal Uden!’ is het streven opgenomen naar een percentage niet hoger dan 80%.
De netto-schuldquote is de aflopen jaren gestegen naar 107,0% (ultimo 2013). Hierna is de netto-schuldquote gedaald naar 76,4% in 2015. Voor 2016 komt de netto schuldquote naar verwachting uit op 74,6%. Bij de integrale afweging van middelen is er tot nu toe nog niet voor gekozen om actief op deze indicator te sturen. Wel zijn er stappen gezet om samen met het auditcomité het financieel beleid achter de 3 pijlers te doorgronden. Zoals eerder aangegeven om dan ook op termijn op basis van de verzamelde informatie een realistisch en passend streefgetal te kunnen vaststellen.

Vanwege de nieuwe investeringen geraamd in de programmabegroting 2016 en 2017, zullen we hoogstwaarschijnlijk (in 2017) een nieuwe geldlening aan moeten trekken van ongeveer € 15 miljoen. Hiermee neemt onze schuldpositie toe en dus ook de schuldquote. Hier moeten we wel de reguliere aflossingen op de reeds afgesloten langlopende geldleningen bij betrekken. De verwachting is dat de netto-schuldquote in 2017 uit zal komen op 96,7% en in 2018 op 94,8%.
Voor een nadere onderbouwing van de financieringspositie en het rentebeleid klik hier.

Inzicht rentelasten/-baten

Bij de wijzigingen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de invoering van de Vennootschapsbelasting (VPB) voor de lagere overheden is de toerekening van rente een belangrijk aandachtspunt. Hiertoe is de notitie rente 2017 (PDF, 453.8 kB)(juli 2016) van de Commissie BBV verschenen. In de notitie wordt ingegaan op de verwerking van de rentelasten en –baten in de begroting en jaarstukken. Deze wijzigingen worden verplicht gesteld vanaf de begroting 2018. Er wordt aanbevolen om de wijzigingen al te verwerken in de begroting 2017. 

Doelstelling van deze notitie is het bevorderen van een eenduidige handelwijze met betrekking tot rente door gemeenten (harmonisering), stimuleren dat gemeenten de (verwachte) werkelijke rentelasten opnemen in de begroting en de jaarstukken en het eenduidig inzichtelijk maken van de wijze waarop de gemeenten met rente zijn omgegaan (transparantie). Hoe met de rente moet worden omgegaan bij de grondexploitatie staat beschreven in de notitie grondexploitatie (PDF, 571.1 kB).

Uitgangspunten uit deze notities zijn:

  • Het aantrekken en verstrekken van een lening betreft een treasury activiteit. De met deze activiteit gepaarde rentelasten en rentebaten behoren op het taakveld Treasury (programma 6 bedrijfsvoering).
  • Aanbeveling is om geen rentevergoeding te rekenen over het eigen vermogen en de voorzieningen. Als er wel een rentevergoeding over het eigen vermogen en/of de voorzieningen wordt berekend, dan is deze vergoeding maximaal het rentepercentage dat is gebaseerd op het gewogen samenstel van de (bruto) externe rentelasten over het totaal van de lang en kort aangetrokken financieringsmiddelen.
  • De omslagrente wordt berekend door de aan de taakvelden toe te rekenen rente (in Euro’s) te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd. De omslagrente moet vervolgens op consistente en eenduidige wijze worden toegerekend aan de individuele activa. Het is niet toegestaan om per investering of taakveld te differentiëren in het toe te rekenen rentepercentage. Het bij de begroting (voor)gecalculeerde omslagrente-percentage mag binnen een marge van 0,5% worden afgerond.
  • Indien de werkelijke rentelasten in Euro’s die over een jaar aan taakvelden hadden moeten worden doorbelast afwijken van de rentelasten in Euro’s die op basis van de voorgecalculeerde renteomslag aan de taakvelden zijn toegerekend, dan kan de gemeente besluiten tot correctie. Correctie wordt verplicht gesteld indien deze afwijking groter is dan 25%.
  • De commissie BBV adviseert het renteschema uit deze notitie in de paragraaf financiering van de begroting en jaarstukken op te nemen. Hiermee wordt inzicht gegeven in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening.

De gemeente Uden heeft de uitgangspunten en wijzigingen verwerkt in de begroting 2017. De financiële effecten zijn verwerkt in het bestedings- en dekkingsplan. Schematisch kan de rentetoerekening als volgt weergegeven worden.

Schema rentetoerekening 2017  
  

a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering € 4.077.067  
b. De externe rentebaten (idem) - € 662.422  
  Totaal door te rekenen externe rente   € 3.414.645
c1. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend - € 1.403.262  
c2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld
moet worden toegerekend 
-  
c3.

De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken

(= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend  

-  
      - € 1.403.262
  Saldo door te rekenen externe rente       € 2.011.383
d1. Rente over eigen vermogen   € 243.410  
d2. Rente over voorzieningen   € 29.610  
  Totaal aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)   € 2.284.403
e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)     - € 2.428.881
       
f. (positief) Renteresultaat op het taakveld Treasury      - € 144.478

  

a:  Betreft de rentelasten over de reeds opgenomen langlopende geldleningen, de verwachte op te nemen lening ad. €15.000.000 en de  rente over kortlopende financiering (rekening-courant).

b:  Betreft de renteopbrengsten over de verstrekte langlopende leningen aan Area en derden.

c1:   De toe te rekenen rente aan de grondexploitatie (Bouwgronden In Exploitatie) betreft  het gewogen gemiddelde rentepercentage van de bestaande leningenportefeuille van de gemeente, naar verhouding vreemd vermogen/totaal vermogen, indien geen sprake is van projectfinanciering (volgens de notitie grondexploitaties 2016 van de commissie BBV). Voor 2016 is dit begroot op 3,06% en is structureel met dit percentage opgenomen in de meerjarenraming (2017-2020). Jaarlijks zal dit percentage herrekend moeten worden.

c2:   De gemeente Uden maakt geen gebruik van projectfinanciering.

c3:   Voor Uden betreft dit 3 leningen die doorgeleend zijn aan woningbouwcorporatie Area met een rentelast van +/- €556.000. In de 1e versie van de notitie rente BBV (mei 2016), op basis waarvan de begroting van de gemeente Uden aangepast is, was deze doorrekening nog niet opgenomen. Derhalve worden deze rentelasten in de begroting 2017 over de taakvelden verdeeld (via e). Pas in de 2e versie van de notitie rente BBV (juli 2016) is dit onderdeel toegevoegd. Aangezien de gewijzigde rentesystematiek een aanbeveling is voor begrotingsjaar 2017, en een verplichting vanaf 2018, is er voor gekozen om de begroting niet meer aan te passen aan de gewijzigde voorschriften. In de programmabegroting 2018 zal deze wijziging vanzelfsprekend wel verwerkt worden.

d1:   Dit betreft de rentetoevoeging aan de bestemmingsreserve nr. 9 dekking kapitaallasten (2,85% in 2017). Deze reserve dient ter dekking van kapitaallasten van diverse investeringen. Voor meer informatie zie de herijking reserves en voorzieningen (PDF, 581.5 kB).

d2:   Dit betreft de rentetoevoeging aan de voorziening nr. 7011 Afkoop onderhoud begraafplaats (4,0%). Deze voorziening is op contante waarde gewaardeerd. In dat geval is rentetoevoeging aan de voorziening toegestaan.

e/f:   De totaal aan taakvelden toe te rekenen rente bedraagt €2.284.403. De omslagrente wordt berekend door de werkelijk aan de taakvelden toe te rekenen rente (in Euro’s)  te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd. Op basis van de uitgangspunten in de notitie rente mag het omslagpercentage op een half procent worden afgerond om een consistent percentage te kunnen hanteren.
Het te hanteren omslagpercentage is vastgesteld op 2%. Dit leidt naar verwachting tot €2.428.881 aan doorbelaste rente en een begroot renteresultaat van €144.478 voordelig. Jaarlijks zal de noodzaak tot aanpassing van het renteomslag-percentage beoordeeld worden.