Verberg het menu

Onderbouwing schatkistbankieren en wet HOF

Schatkistbankieren

De Wet Schatkistbankieren is op 15 december 2013 van kracht geworden. De Wet verplicht alle decentrale overheden om hun overtollige (liquide) middelen, rekening houden met een bepaald drempelbedrag, aan te houden in de schatkist. Het woord ‘overtollig’ verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak. Een decentrale overheid behoudt, op basis van de wet Fido, de mogelijkheid om leningen te verstrekken en uitzettingen te verrichten uit hoofde van de publieke taak. Deelname aan schatkistbankieren verandert daar niets aan. De komende jaren verwachten wij, als gevolg van de grote onderhanden werken positie, geen ruime overtollige middelen te bezitten. De financiële gevolgen van het verplicht schatkistbankieren zijn naar verwachting voor onze gemeente dan ook te verwaarlozen.

In onderstaande tabel zijn de drempelbedragen in € voor de komende vier jaren opgenomen:

(1) Berekening drempelbedrag        
    2017 2018 2019 2020
(4a) Begrotingstotaal verslagjaar 112.167.000 109.542.000 109.362.000 108.389.000
(4b)  Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen                               112.167.000 109.542.000 109.362.000 108.389.000
(4c) Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat                               0 0 0 0
  (1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met een minimum van €250.000 841.252 821.565 820.215 812.917


Wet HOF

Macro-norm

Sinds Nederland deel uitmaakt van de Economische en Monetaire Unie (de EMU) wordt voor het begrotingssaldo een definitie gebruikt die binnen de gehele EMU hetzelfde is, het EMU-saldo. Het EMU-saldo is het saldo van de inkomsten en uitgaven van de overheid. Het EMU-saldo van de lokale overheid telt mee voor het EMU-saldo van de totale overheid. In het Verdrag van Maastricht (1992) is afgesproken dat het EMU-tekort van een land max. 3% BBP (Bruto Binnenlands Product) mag zijn.

In de wet staat dat gemeenten een gelijkwaardige bijdrage moeten leveren aan het terugdringen van het EMU-tekort. Het EMU-saldo ofwel het nationale begrotingstekort mag niet groter zijn dan 3% van het bruto binnenlands product (bbp). Van dit tekort neemt het Rijk 2,5% voor zijn rekening en de decentrale overheden 0,5%.

In het Bestuurlijk overleg van 18 januari 2013 is een Financieel Akkoord bereikt tussen het Rijk en de decentrale overheden. In dit akkoord zijn voor de ontwikkeling van het EMU-saldo van de decentrale overheden zowel een ambitie als een tekortnorm vastgesteld voor de jaren 2014 tot en met 2017 (zie onderstaande tabel). Deze ambitie en tekortnorm gaan verder dan het maximale tekort uit het verdrag van Maastricht.

  2013 2014 2015 2016 2017
Ambitie voor EMU-saldo van decentrale overheden gezamenlijk, in procenten bbp -0,5 -0,3 -0,3 -0,2 -0,2
           
Afgesproken tekortnorm voor deze kabinetsperiode, cf wet Hof, in procenten bbp* -0,5 -0,5 -0,5 -0,4 -0,3


Ambitie en tekortnorm EMU-saldo decentrale overheden

Eind 2015 heeft er een nieuw bestuurlijk overleg plaatsgevonden tussen VNG, IPO en UvW. Zij hebben via een brief aan minister Dijsselbloem van Financiën de uitkomsten van het Bestuurlijk Overleg over de EMU-tekortruimte bevestigd.

De bestuurlijke heroverweging van de daling van deze ruimte naar 0,4% BBP in 2016 en 0,3% BBP in 2017 leverde de volgende uitkomsten op:

  • De EMU-tekortruimte voor de decentrale overheden in 2016 bedraagt -/- 0,4% BBP.
  • De decentrale overheden kunnen hun geplande investeringen gewoon door laten gaan. Dit geeft invulling aan de in de Tweede Kamer aangenomen motie-Van Hijum. Het kabinet heeft de afspraak uit het financieel akkoord bevestigd dat er in deze kabinetsperiode tot en met 2017 geen sancties zullen worden opgelegd bij overschrijding van de ruimte.
  • De EMU-tekortruimte van -/- 0,4% BBP wordt op verzoek van de koepelorganisaties niet nader verdeeld over gemeenten, provincies en waterschappen, met het gevolg dat er vóór 2016 geen formeel vastgestelde referentiewaarden op het niveau van individuele provincies, gemeenten en waterschappen zijn.
  • Er is geen gezamenlijk besluit genomen over de EMU-tekortruimte in 2017. In een bestuurlijk overleg wordt over een jaar op basis van een nieuwe tranche realisatiecijfers opnieuw naar de EMU-tekortnorm gekeken.

Inzicht in individuele EMU-saldi

Met het oog op een betere raming en beheersing van het EMU-saldo wordt in het vernieuwde BBV een geprognosticeerde balans voorgeschreven en het meerjarig opnemen van het EMU-saldo in een paragraaf in de begroting. Via de geprognosticeerde balans krijgt de raad meer inzicht in de ontwikkeling van onder meer investeringen, het aanwenden van reserves en voorzieningen en in de financieringsbehoefte.

Aandachtspunt hierbij is wel dat een aantal componenten uit deze berekening moeilijk te voorspellen zijn, zoals bijvoorbeeld grond aan- en verkopen.  Dit wordt veroorzaakt door de economische ontwikkelingen en het doorlopen van bijvoorbeeld planprocedures.

Meerjarige EMU-saldi gemeente Uden (PDF, 56.3 kB)

Het EMU- saldo is gebasseerd op deze (PDF, 52.2 kB) geprognosticeerde balans.