Verberg het menu

Secretarieleges

Onder de naam ‘secretarieleges’ wordt een aantal verschillende rechten geheven voor verstrekte diensten. De tarieventabel in titel 1 van de legesverordening kent dan ook een diversiteit aan tarieven. De tarieven voor 2017 zijn gebaseerd op de tarieven 2016 aangepast met de inflatiecorrectie van 0,5 %. Hierbij is rekening gehouden met een afronding van tarieven op 5 eurocent en voor tarieven boven € 50 op hele euro’s.

Behalve gemeentelijke leges worden er ook rijksleges in rekening gebracht voor naturalisatie, reisdocumenten en rijbewijzen. Deze leges worden volledig doorbetaald aan het rijk en zijn als negatieve correctie op de ontvangen leges opgenomen.

Overzicht secretarieleges (titel 1 legesverordening)

  Bedragen in euro's Taakveld Toelichting
Kosten taakveld 751.895 0.2 Betreft alle kosten van taakveld 0.2 Burgerzaken m.u.v. kosten verkiezingen, algemeen beleid en vergunningen drank- en horeca. 
       
Inkomsten taakveld excl. heffingen 0    
       
Netto kosten taakveld 751.895    
       
Toe te rekenen kosten:      
Overhead incl. omslagrente 289.221 0.2 De directe salariskosten van taakveld 0.2 Burgerzaken bedragen €572.632. De opslag voor overhead bedraagt derhalve €366.242 (€572.632 x 63,96%). Van dit taakveld is 78,97% in de heffing opgenomen.
       
Totale kosten 1.041.116    
       
Opbrengst heffingen 807.818 0.2  
       
Dekkingspercentage 77,59%*    

* Op dit moment kan op basis van de nieuwe administratieve indeling conform de BBV richtlijnen 2017 het kostendekkendheidspercentage van de legesverordening nog niet geheel waarheidsgetrouw bepaald worden.
Oorzaken hiervan zijn: 

• De scope van kostendekkendheid zoals verwoord in de paragraaf lokale lasten breder is dan voorheen in kostendekkendheidsonderzoeken verwerkt is. Gewijzigde methodiek voor bepaling van het te hanteren rentepercentage bij kapitaallastenberekeningen;
• De gewijzigde methodiek voor bepaling van het te hanteren rentepercentage bij kapitaallastenberekeningen. 

Niet alle gegevens zijn op dit moment eenduidig te herleiden uit onze administratie. Zo zal bijvoorbeeld de systematiek van toerekenen van de overhead via de personeelslasten een relatief groter bedrag toerekenen aan arbeidsintensieve taken, dus meer aan dienstverlening (leges) en minder aan investeringen (b.v. rioolheffing). Dit is niet alleen iets wat bij de gemeente Uden speelt maar ook landelijk. Dit is bevestigd door het Expertisecentrum Financiën en Economie, Sectie belastingen van de VNG.

Het meest recent bepaalde kostendekkendheidspercentage is bij de legesverordening van 2015 bepaald op 93% voor de balieproducten van Publiekszaken. De hieraan ten grondslag liggende kostendekkendheidsonderzoeken zijn opgesteld vanuit een inventarisatie van werkzaamheden en de daaruit voortvloeiende directe uren. Deze methode is nauwkeuriger dan de grofmazige benadering zoals deze nu uit de paragraaf lokale lasten voortvloeit. Hierdoor sluiten de resultaten (nog) niet op elkaar aan.

De effecten van de omzetting van o.a. de huidige administratieve inrichting naar de nieuwe BBV richtlijnen worden op dit moment onderzocht. De presentatie van kostendekkendheid in de nieuwe opzet van de paragraaf lokale heffingen zal naar verwachting aangeboden kunnen worden bij de begroting van 2018.