Verberg het menu

Bestedings- en dekkingsplan 2018-2021

Onderstaand een globale financiële doorrekening van de diverse posten. Tijdens het opstellen van deze prognose, beschikten we nog niet over de mei-circulaire. Eventuele financiële gevolgen uit die mei-circulaire voor de algemene uitkering, worden meegenomen in de later uit te werken Programmabegroting 2018. Nieuw is tevens de inventarisatie van alle offertes. Zowel intern als extern. Een toelichting hierop is bijgevoegd. Er worden nu nog geen definitieve keuzes gemaakt. Het is een inventarisatie, waar ook nog een aantal dossiers/ onderwerpen worden benoemd waar  het college het zogenoemde BOB-traject nog in moet doorlopen. Om die reden hebben we in de presentatie van het bestedings- en dekkingsplan deze posten als 'p.m.' opgenomen.

(bedragen zijn in €) N is nadeel, V is voordeel

Incidenteel 2017 2018 2019 2020 2021
1. Meerjarenbegroting 2017-2021 0 0 0    
2. Post onvoorzien
(artikel 8 en 17 BBV)
      N25.000  
4. Resultaat 1e financiële afwijkingenrapportage 2017 N497.000 N145.000 N25.000    
5. Offertes 2018   p.m. p.m. p.m. p.m.

9.Begrote kapitaallasten opname vervangingsinvesteringen wegen en civiele kunstwerken in MIP

  V23.000 V78.000 V123.000 V139.000
Totaal incidenteel N497.000 N122.000 V53.000 V98.000 V139.000
Structureel 2017 2018 2019 2020 2021

1. Meerjarenbegroting
2017-2021

N823.000 N372.000 V80.000 V337.000 V337.000
3. Gevolgen 2e financiële afwijkingenrapportage 2016 N95.000 N95.000 N95.000 N110.000 N110.000
Totaal op basis van besluitvorming door de raad N918.000 N467.000 N15.000 V227.000 V227.000
4. Resultaat 1e financiële afwijkingenrapportage 2017 V46.000 V35.000 V35.000 V60.000 V60.000
5. Offertes   p.m. p.m. p.m. p.m.
6. Effect rente-ontwikkeling V12.000 N130.000 N214.000 V430.000 V529.000
7. Effecten kostenverdeling (Nieuw v-GRP, investeringen, overhead, GREX) V227.000 V260.000 V272.000 V272.000 V272.000
8. Gevolgen algemene uitkering decemberuitkering 2016 V964.000 V1.958.000 V2.143.000 V2.148.000 V2.038.000
9. Begrote kapitaallasten opname vervangingsinvesteringen wegen en civiele kunstwerken in MIP   N29.000 N129.000 N278.000 N316.000
10. Indexering goederen en diensten, subsidies en belastingen +0,3%   N110.000 N110.000 N110.000 N110.000
11. Ontwikkeling personeelskosten +1,5%   N290.000 N290.000 N290.000 N290.000
12. Verhoging bijdrage veiligheidsregio (brandweer) & GHOR 2017-2022         N70.000
13. Algemene uitkering meicirculaire 2017 p.m. p.m. p.m. p.m. p.m.
14. Ontwikkeling OZB-opbrengst   p.m. p.m. p.m. p.m.
15. Formatie-ontwikkeling afdeling Maatschappelijke Dienstverlening N250.000 N250.000 N250.000 N250.000 N250.000
16. Structurele financiële gevolgen n.a.v. de analyse van het jaarrekeningresultaat van programmarekening 2016 N84.000 N84.000 N84.000 N84.000 N84.000
17. Autonome ontwikkelingen   N128.000 N128.000 N128.000 N128.000
           
Subtotaal N3.000 V765.000 V1.230.000 V1.997.000 V1.878.000
           
18. Mogelijke nieuwe bijstellingen          
- Parkeerfonds   N344.000 N344.000 N344.000 N344.000
- Prognose P-zaken (functiehuis)    N200.000 N200.000 N200.000 N200.000
           
           
Totaal structureel N3.000 V221.000 V686.000 V1.453.000 V1.334.000

Incidenteel

1.  Meerjarenbegroting 2017-2021

De meest actuele door de raad vastgestelde Programmabegroting, is Programmabegroting 2017-2020. Die begroting bevat een structurele doorkijk tot 2021. De meerjarenbegroting is structureel sluitend.
Het Provinciaal financieel toetsingskader schrijft voor dat de Programmabegroting van een gemeente in ieder geval voor het komend jaar structureel sluitend moet zijn. Ons streven is een structureel sluitende begroting in alle jaren.

2.  Post onvoorzien (artikel 8 en 17 BBV)

Volgens de wettelijke vereisten van de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) dient iedere gemeente een 'post onvoorzien' op te nemen in de begroting. In de Udense P&C cyclus hanteren we vier (financiële) bijsturingsmomenten. Daarnaast beschikken we sinds 2010 over een adequaat risicobeleid. Deze combinatie heeft het daarnaast in stand houden van een 'post onvoorzien' feitelijk overbodig gemaakt. Om toch aan de wettelijke vereisten van de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) te voldoen, ramen we in overleg met de Provincie sinds Programmabegroting 2015 wederom een incidentele post onvoorzien van € 25.000. Voor 2018 en 2019 is deze post al geraamd in Programmabegroting 2017. De post onvoorzien voor 2020 ramen we nu in Programmabegroting 2018.

4.  Resultaat 1e financiële afwijkingenrapportage 2017

De 1e financiële afwijkingenrapportage is gebaseerd op de bij ons bekend zijnde ontwikkelingen in de 1e drie maanden van 2017 (jan. t/m mrt). Een uitgebreide specificatie van de hier opgenomen bedragen is terug te vinden bij het onderdeel financiën, 1e financiële afwijkingenrapportage 2017 en als toelichting bij de diverse programma’s.

5. Offertes 2018

Met ingang van deze Begrotingsnotitie is ook opgenomen een totaal-inventarisatie van alle offertes (incidenteel/structureel) voor 2018 en verder. Dit is inclusief alle externe offertes. Bij het definitief opstellen van het Bestedings- en dekkingsplan 2018-2021 worden deze - afhankelijk van de beschikbare ruimte-  geprioriteerd. Het college heeft de offertes beoordeeld en geprioriteerd. De Raad heeft de offertes eveneens besproken.  Aangezien de daadwerkelijke prioritering dus later zal plaatsvinden, melden we deze post nu als een p.m-post.

9. Begrote kapitaallasten opname vervangingsinvesteringen wegen en civiele kunstwerken in MIP (incidentele vrijval kapitaallasten)

Rehabilitaties wegen, civiele kunstwerken en kunstgrasvelden

Naast het klein en groot onderhoud aan wegen om deze van voldoende kwaliteitsniveau te laten blijven, dienen wegen aan het einde van hun levensduur te worden vervangen. Het krediet voor deze zogenaamde rehabilitaties is tot op heden jaarlijks bij de begroting met een offerte voor het eerstvolgende jaar beschikbaar gesteld. Verder werden deze investeringen tot op heden direct afgeschreven. Volgens de vernieuwde BBV-voorschriften mag dat niet meer. De investeringen in wegen dienen in het vervolg te worden geactiveerd en de structurele rente- en afschrijvingslasten in de meerjarenbegroting te worden opgenomen. Dit leidt de komende jaren tot cumulatief oplopende rente- en afschrijvingslasten voor de jaarlijkse rehabilitaties, die we vanaf 2018 meerjarig zullen gaan begroten.

Overigens kunnen de rehabilitaties bij de begrotingsbehandeling, ondanks dat dan reeds voorzien is in de financiële dekking, onderdeel uit blijven maken van de bestuurlijke integrale afweging van de middelen. Dit geldt ook voor de civiele kunstwerken en de vervanging van de kunstgrasvelden.

Structureel

1.  Meerjarenbegroting 2017-2021

De meest actuele, door de raad vastgestelde Programmabegroting, is Programmabegroting 2017-2020. Die begroting bevat een structurele doorkijk tot en met 2020. De meerjarenbegroting is structureel sluitend.
De BBV en het Provinciaal financieel toetsingskader schrijven voor dat de Programmabegroting van een gemeente voor het komend jaar sluitend moet zijn. Indien dit niet het geval is, dan moet de Programmabegroting in ieder geval de laatste twee jaren sluitend zijn en dit moet ook aannemelijk zijn. De Provincie hecht in haar beoordeling veel waarde aan een structureel sluitende begroting met ingang van het komend dienstjaar. Tot nu toe is het de gemeente Uden nog niet gelukt om te voldoen aan die variant. Om die reden wordt de gemeente Uden als 'neutraal beoordeeld' op het gebied van 'financiën'. Ons streven is een structureel sluitende begroting in alle jaren.

3. Gevolgen 2e financiële afwijkingenrapportage 2016

De 2e financiële afwijkingenrapportage 2016 bevat een structurele negatieve component. De raad heeft bij de vaststelling van de Bestuursrapportage 2016 besloten om dit saldo te betrekken bij de voorbereiding van Programmabegroting 2018 en verder.

4.  Resultaat 1e financiële afwijkingenrapportage 2017

De 1e financiële afwijkingenrapportage is gebaseerd op de bij ons bekend zijnde ontwikkelingen van de 1e drie maanden van 2017 (jan. t/m mrt). Een uitgebreide specificatie van de hier opgenomen bedragen is terug te vinden bij het onderdeel financiën, 1e financiële afwijkingenrapportage 2017 en als toelichting bij de diverse programma’s.

5. Offertes 2018

Met ingang van deze Begrotingsnotitie is ook opgenomen een taalinventarisatie van alle offertes (incidenteel/structureel) voor 2018 e.v.. Dit is inclusief alle externe offertes. Bij het definitief opstellen van het Bestedings- en dekkingsplan 2018-2021 worden deze - afhankelijk van de beschikbare ruimte-  geprioriteerd zoals nu al is aangegeven door het college en zoals na bespreking in de Raad. Aangezien de daadwerkelijke prioritering dus later zal plaatsvinden, melden we deze post nu als een p.m-post.

6. Effect rente-ontwikkeling

Het rente-effect bestaat uit diverse onderdelen, waarbij de belangrijkste effecten hieronder worden toegelicht:

Rentetoerekening Bouwgronden In Exploitatie (BIE’s):
Naar verwachting worden de complexen Eikenheuvel en Hoogveld Zuid-Noord vanaf 1 januari 2020 een BIE. Dit betekent dat er vanaf 2020 €450.000 rente kan worden toegerekend aan deze gronden.
Het gewogen gemiddelde rentepercentage wordt met ingang van boekjaar 2017 aangepast naar 2,95% (was 3,06%).

Rente Niet In Exploitatie Genomen Gronden (NIEGG’s):
In 2016 is een wijziging doorgevoerd in het BBV waardoor de categorie ‘Niet in exploitatie genomen gronden’ is komen te vervallen. Dit betekent dat deze gronden per 1 januari 2016 onder de materiële vaste activa opgenomen moeten worden, en dat over de boekwaarde van deze gronden geen rente mag worden toegerekend. Dit leidt tot een nadeel van €380.000 t/m 2019 en €113.000 vanaf 2020.

Directe rentetoerekening aan taakvelden:
Volgens de gewijzigde BBV dienen leningen die extern zijn aangetrokken om deze leningen vervolgens voor hetzelfde bedrag door te verstrekken aan een derde partij, aangemerkt te worden als projectfinanciering.
De betreffende rentelasten en rentebaten worden in dit geval vanuit het taakveld Treasury toegerekend naar het taakveld waar de verstrekte lening betrekking op heeft (bijvoorbeeld woningbouw) en maken daardoor geen onderdeel uit van de renteomslag.
Voor Uden betreft dit 4 leningen die doorgeleend zijn aan Stichting Area. Per saldo leidt deze wijziging tot een structureel nadeel van €55.000.

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag):
De rente die aan de taakvelden wordt doorbelast, wordt toegerekend op basis van een bij de begroting (voor)gecalculeerd omslagrentepercentage. De basis hiervoor is de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die bij de taakvelden horen.
Dit rentepercentage bedraagt ook voor 2018 2%. Naar verwachting zal het omslagpercentage met ingang van boekjaar 2019 verlaagd worden naar 1,5%.
Doordat het berekende omslagpercentage iets lager is dan het afgeronde werkelijk gehanteerde omslagpercentage, levert dit een voordeel op van ongeveer €140.000.

Een uitgebreide toelichting omtrent de rentetoerekening zal opgenomen worden in de financieringsparagraaf van de Programmabegroting 2018.

7. Effecten kostenverdeling (NIeuw v-GRP, investeringen, overhead, GREX)

De doorbelasting van met name salariskosten en overhead vindt plaats op basis van ervaringscijfers uit voorgaande jaren, nieuwe plannen voor het komend jaar en de prognoses zoals berekend in bijvoorbeeld meerjarenbeleidsplannen zoals het v-GRP. Met name het nieuwe v-GRP 2017-2021 en de nieuwe prognoses van de grondexploitatie geven aanleiding om de verwachte urenbesteding aan te passen. Doordat we nu meer uren + overhead kunnen doorbelasten aan rendabele producten, betekent dit een voordeel in dit Bestedings- en dekkingsplan. Belangrijkste wijziging betreft €182.000 aan uren+overhead wat op basis van het V-GRP meer besteed wordt aan rioleringen.

8. Gevolgen algemene uitkering decemberuitkering 2016

Zoals toegelicht in het financieel economisch perspectief zien de economische ontwikkelingen er gunstig uit. Dit heeft direct gevolgen voor de prognose van de algemene uitkering. De Programmabegroting 2018 baseren we op minimaal de meicirculaire. Maar nog belangrijker voor de prognose is de Rijksbegroting, die na de vorming van een nieuw kabinet zal worden opgesteld. De Rijksbegroting wordt vertaald in de septemberciruclaire. Eerst dan ontstaat er een nauwkeurige prognose van de algemene uitkering 2018 en verder.

9. Begrote kapitaallasten opname vervangingsinvesteringen wegen en civiele kunstwerken in MIP

Rehabilitaties wegen, Civiele kunstwerken en kunstgrasvelden
Naast het klein en groot onderhoud aan wegen om deze van voldoende kwaliteitsniveau te laten blijven dienen wegen aan het einde van hun levensduur te worden vervangen. Het krediet voor deze zogenaamde rehabilitaties is tot op heden jaarlijks bij de begroting met een offerte voor het eerstvolgende jaar beschikbaar gesteld. Verder werden deze investeringen tot op heden direct afgeschreven. Volgens de vernieuwde BBV-voorschriften mag dat niet meer en dienen de investeringen in wegen in het vervolg te worden geactiveerd en dienen de structurele rente- en afschrijvingslasten in de meerjarenbegroting te worden opgenomen. Dit leidt de komende jaren tot cumulatief oplopende rente- en afschrijvingslasten voor de jaarlijkse rehabilitaties die we vanaf 2018 meerjarig zullen gaan begroten.

Overigens kunnen de rehabilitaties bij de begrotingsbehandeling, ondanks dat dan reeds voorzien is in de financiële dekking, onderdeel uit blijven maken van de bestuurlijke integrale afweging van de middelen. Dit geldt ook voor de civiele kunstwerken en de vervanging van de kunstgrasvelden.

10. Indexering goederen en diensten, subsidies en belastingen +0,3%

Jaarlijks indexeren we alleen met de inflatie(bbp) zoals becijferd door het Centraal planbureau. In deze Begrotingsnotitie houden we de prognoses vast zoals gepubliceerd in de Middellange termijnverkenning 2018-2021. De Programmabegroting 2018 baseren we op de meicirculaire. Eventuele aanpassingen zijn dan ook niet uit te sluiten.

Zoals ook is toegelicht in de financieel economische uitgangspunten laat de Middellange termijnverkenning 2018-2021 een aanpassing zien van de werkelijke inflatie (bbp) cijfers. Voor deze Begrotingsnotitie 2018 hanteren we een stijging van netto 0,3% (-0,7% 2014, -0,4% 2015, -0,4% 2016,+0,3% 2017 en +1,5% 2018). 

11. Ontwikkeling personeelskosten +1,5%

De huidige Cao gemeenten heeft een looptijd tot 1 mei 2017. De onderhandelingen over een nieuwe Cao zullen mogelijk bij het opstellen van de Programmabegroting afgerond zijn. Vooralsnog ramen we een loonstijging van 1,5%. Dit percentage komt overeen met de inflatieontwikkeling (bbp) in 2018. We moeten hierbij wel een slag om de arm houden.

12. Verhoging bijdrage veiligheidsregio (brandweer en GHOR) 2017-2022

Het beleidskader 2017 van de VRBN is door het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling vastgesteld en dient als basis voor de programmabegroting VRBN 2017. Vanaf deze begroting wordt een nieuwe verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdrage aan de regionale brandweer (BBN) toegepast. Van de periode voor 2017 was de bijdrage bepaald op basis van de destijds ingebrachte budgetten. Vanaf 2017 wordt de bijdrage bepaald op basis van het aantal inwoners. In verband met de herverdeeleffecten wordt een ingroeiperiode van 5 jaar gehanteerd. De compensatie bedraagt in het 1ste jaar 100% (2017), het 2e jaar 80% (2018), het 3e jaar 60% (2019), het 4e jaar 40% (2020), het 5e jaar 20% (2021) en vanaf 2022 geen compensatie meer.

Overige significante wijzigingen uit het beleidskader 2017 die leiden tot een bijstelling van de gemeentelijke bijdrage zijn: de herijking van de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDUR) inclusief compensatie BTW voor de GHOR en de BBN, de wijziging van de regionale huisvestingkosten BBN, het direct in mindering brengen van de BTW compensatie vanuit de BDUR op de gemeentelijke bijdrage, de vermindering van de formatie GHOR met 0,5 fte en tot slot het verschil in het indexeringspercentage tussen de VRBN en de gemeente Uden.

Voor Uden zijn de financiële gevolgen onderstaand in beeld gebracht:

  2017 2018 2019 2020 2021 2022
Bijdrage Brandweer (bruto) €1.695.001 €1.695.001 €1.695.001 €1.695.001 €1.695.001 €1.695.001
Compensatie (5jr) - €347.000 - €277.600 - €208.200 - €138.800 - € 69.400 -
Bijdrage Brandweer (netto) €1.348.001 €1.417.401 €1.486.801 €1.556.201 €1.625.601 €1.695.001
Bijdrage GHOR € 75.974 € 75.974 € 75.974 € 75.974 € 75.974 € 75.974
Noodzakelijk budget €1.423.975 €1.493.375 €1.562.775 €1.632.175 €1.701.575 €1.770.975
beschikbaar budget €1.373.738 €1.373.738 €1.373.738 €1.373.738 €1.373.738 €1.373.738
             
Bij te ramen (afgerond) € 50.000 € 120.000 € 189.000 € 258.000 € 328.000 € 397.000

De financiële gevolgen voor de jaren 2017 t/m 2020 zijn al meegenomen in het meerjarenbeeld. Rest nog de gevolgen voor 2021 en 2022.

13. Algemene uitkering meicirculaire 2017

Op basis van de meicirculaire wordt de Rijksbegroting samengesteld. Wij hanteren de gevolgen van de meicirculaire eveneens voor de prognoses van onze Programmabegroting. Met name de financieel economische uitgangspunten die hierin genoemd, zijn alsmede de prognose van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds zijn hierin belangrijk. Deze gevolgen nemen we mee in het Bestedings- en dekkingsplan van Programmabegroting 2018. 

14. Ontwikkeling opbrengsten OZB

De opbrengst van de Onroerende zaakbelasting (OZB) is een aanzienlijke inkomstenpost. Onder de naam OZB worden binnen onze gemeente de volgende belastingen geheven;

  • Een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak- niet zijnde een woning- gebruikt;
  • een eigenaarsbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens zakelijk recht (eigendom). Het betreft zowel woningen als niet-woningen.

De prijscompensatie van netto 0,3% is ook van kracht op de ontwikkeling van de opbrengst van de OZB. De ontwikkeling van het onderliggend kohier is bij het opstellen van deze rapportage echter nog niet in beeld, vandaar vooralsnog een p.m. raming. Bij het samenstellen van de Programmabegroting kunnen we hier wel een concrete invulling aan geven.

15. Formatie-ontwikkeling afdeling Maatschappelijke Dienstverlening

De loonkostensubsidie is een nieuw instrument in de Participatiewet, waarbij de gemeente het gat aanvult tussen de loonwaarde en het wettelijk minimumloon. Gemeenten zullen apparaatskosten moeten maken voor de uitvoering hiervan. Ook de gemeente Uden heeft haar apparaat hierop aangepast. Met ingang van het uitkeringsjaar 2016 is in het cluster Werk en Inkomen het aantal mensen dat gebruik maakt van loonkostensubsidie als nieuwe maatstaf voor de berekening van de Algemene Uitkering geïntroduceerd. Deze nieuwe middelen worden met ingang van 2017 ter dekking van nieuwe taken ingezet.

16. Structurele financiële gevolgen n.a.v. de analyse van het jaarrekeningresultaat van Programmarekening 2016

Bij de analyse van de resultaat van de Programmarekening wordt bekeken of de afwijking incidenteel, dan wel structureel van aard is. Daar waar sprake is van sprake is van een trend c.q. een structureel voor- of nadeel betrekken we dit bij onze meerjarenprognose.  

17. Autonome ontwikkelingen

Uitbreiding openbare ruimte € 110.000 structureel

Door een uitbreiding en/of aanpassing van de openbare ruimte, stijgt ook het jaarlijks benodigde budget voor onderhoud. Deze uitbreiding wordt areaaluitbreiding genoemd. Dit betekent dat de budgetten voor onderhoud moeten worden verhoogd om te kunnen blijven voldoen aan het niveau, zoals vastgesteld in de Nota Openbare Ruimte. Daarnaast zijn door renovatie en aanleg 3 kunstgrashockeyvelden in gemeentelijk beheer gekomen. De totale areaaluitbreiding bedraagt daarmee € 110.000,  namelijk voor groen 2018 € 46.000, per abuis eerder niet opgenomen areaaluitbreidingen € 40.000, voor aanvullend onderhoud kunstgrasvelden € 7.500 en diverse civiele onderdelen € 16.500.

Uitbreiding openbare verlichting € 10.000 structureel

In de afgelopen jaren zijn op diverse locaties in Uden de komgrenzen verplaatst. Dit heeft tot gevolg dat woningen binnen de bebouwde kom zijn komen te liggen. In de beleidsnota openbare verlichting wordt aangegeven dat wij onder andere werken conform de Richtlijn OVL-2011. Binnen de Richtlijn OVL-2011 wordt aangegeven dat verblijfsgebieden (lees: wegen binnen de bebouwde kom) moeten worden verlicht conform de daarvoor aanwezige richtlijn OVL-2011.

Kleuterweg
De komgrenzen zijn verplaatst en hierdoor voldoen we niet aan de richtlijn. Door bijplaatsing van 16 lichtmasten wordt voldaan aan de richtlijn.

Vloetrand
De komgrenzen zijn verplaatst en hierdoor voldoen we niet aan de richtlijn. Door bijplaatsing van 18 lichtmasten wordt voldaan aan de richtlijn.

Omgeving ziekenhuis (Erphoevenseweg, Voortweg, Udensedreef, Hengstheuvelweg)
Rondom de omgeving van het ziekenhuis wordt op termijn een toename van het aantal verkeersbewegingen verwacht. Tevens zijn hier komgrenzen verplaatst. Door bijplaatsing van 41 lichtmasten wordt voldaan aan de richtlijn.

De investering voor het bijplaatsen van totaal 75 lichtmasten bedraagt € 96.400. Daarnaast zijn de jaarlijkse extra onderhouds- en energielasten € 5.700.

Ophoging geluidswal Gruunsel € 8.000 structureel

Vanuit groot onderhoud is het noodzakelijk om de geluidswal Gruunsel opnieuw in te planten. Daarbij is geconstateerd dat de huidige hoogte van de geluidswal ca. 1 m. lager is dan vanuit ontwerp noodzakelijk is geacht. Dit leidt ertoe dat er een aanvullende voorziening noodzakelijk is om aan de wettelijke eisen te voldoen, waarbij uit technische overwegingen gekozen moet worden voor keerwanden of een korvenwand. Voor uitvoering met een grondlichaam is onvoldoende ruimte. Bijkomend probleem is dat de binnenzijde van de geluidswal tot aan de top in particuliere handen is. Hierdoor is uitvoering in nauw overleg met aanliggende eigenaren noodzakelijk en zal dit waarschijnlijk kostenverhogend werken. Opgegeven kosten zijn aanvullend op beschikbaar groot onderhoudsbudget voor vervanging beplanting.

 

18. Mogelijke nieuwe bijstellingen

Zoals ook gemeld bij punt 13. Ontwikkeling algemene uitkering 2017 als bij punt 14. Ontwikkeling opbrengst OZB zijn er diverse posten die mogelijk bij de voorbereiding van de Programmabegroting 2018 nog een bijstelling van het financieel beeld tot gevolg hebben. De eerder genoemde posten kunnen we nu nog niet financieel inschatten, vandaar de 'p.m'. Voor wat betreft de hieronder toegelichte posten kunnen we voorzichtigheidshalve al wel een bedrag noemen.

Parkeerfonds € 344.000 structureel nadeel

Vorig jaar hebben we de renteomslagmethode aanzienlijk vereenvoudigd. Geen fictief rendement meer over ons vermogen en hierdoor ook minder rentedoorbelasting naar de exploitatie en de sluitende exploitaties zoals parkeerbedrijf, grondbedrijf e.d.. Bij de nieuwe meerjarenraming van het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersbeleid is er vanuit gegaan dat deze lagere renterekening extra financiële ruimte betekent voor het parkeerbedrijf. Om de vereenvoudiging van de renteomslag financieel op te kunnen opvangen was het echter nodig om die vrijval van middelen binnnen de algemene dienst te houden. Dit veroorzaakt  het huidige verschil.

Prognose P-zaken (functiehuis) € 200.000 structureel

In de zomermaanden wordt jaarlijks de exacte berekening gemaakt van alle ontwikkelingen binnen ons functiehuis. Hierbij moet gedacht worden aan jaarlijkse periodieken, aangepaste werkgeverspremies en dergelijke.