Verberg het menu

Toelichting algemene uitkering uit het gemeentefonds

Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van gemeenten. De ontwikkeling ervan bepaalt in belangrijke mate onze financiële ruimte. Drie keer per jaar worden gemeente geïnformeerd over de gemeentefondsuitkeringen:

  • In mei/juni op basis van de Voorjaarsnota van het Rijk
  • In september op basis van de Miljoenennota
  • In december op basis van de Najaarsnota

Dit jaar heeft het Rijk bij uitzondering een maartcirculaire gepresenteerd. In deze maartcirculaire zijn de financiële gevolgen verwerkt van het Regeerakkoord, de startnota van het Rijk. Het Kabinet heeft op 14 februari 2018 samen met de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten), het IPO (Interprovinciaal Overleg) en de Unie van Waterschappen een zogenoemd InterBestuurlijk Programma afgesproken genaamd ‘Samen meer bereiken’. De overheidslagen werken samen op basis van gelijkwaardig partnerschap.

Wat betreft de financiële uitgangspunten is afgesproken dat alle overheden zich financieel inzetten voor bovenstaande opgave. Het Rijk stelt hiervoor middelen beschikbaar in het Gemeentefonds. Zij gaat er tevens vanuit dat gemeenten vanuit eigen middelen ook een bijdrage leveren.  

Normeringsmethodiek/accressen

Het Kabinet gaat verder met de normeringsmethodiek, beter bekend als ‘samen de trap op en af’. Met ingang van 2018 wordt hiervoor gekeken naar de Netto uitgaven onder het uitgavenplafond van het Rijk. Dit is een breed pakket met een omvang van € 240 miljard en moet als basis dienen voor een stabiele ontwikkeling van het gemeentefonds. Een specificatie van de berekening van de algemene uitkering treft u hier. (PDF, 243.6 kB)

Is de algemene uitkering uit het gemeentefonds vrij te besteden?

De algemene uitkering uit het gemeentefonds heeft verschillende verschijningsvormen; normale uitkering (= algemeen gedeelte), integratie-uitkering en decentralisatie-uitkering en het Deelfonds sociaal domein.

Voor wat betreft de normale uitkering, integratie-uitkering en decentralisatie-uitkering zijn gemeenten vrij in hun besteding. De Raad heeft er voor gekozen om de integratie-uitkering WMO te oormerken voor de uitvoering van de WMO. Ook heeft de Raad op verzoek van de staatsecretaris besloten om de decentralisatie-uitkering vergunningverlening, toezicht en handhaving die in het kader van de Wet Milieubeheer is overgegaan van de provincie naar gemeenten, één op één door te zetten naar de Omgevingsdienst Brabant Noord. Dit om de werkzaamheden hiervoor de continueren.

Verder is het beleid, dat indien afdelingen een aanvraag voor een decentralisatie-uitkering geïnitieerd hebben, zij bij toekenning de middelen ook hiervoor in mogen zetten.

Ook gebruikt het Rijk de algemene uitkering om bijvoorbeeld middelen beschikbaar te stellen voor het organiseren van verkiezingen, of voor uitvoeringskosten van bijvoorbeeld de Participatiewet. In principe zijn dit vrije middelen die de gemeente mag inzetten om al haar (wettelijke) taken uit te voeren. Neemt niet weg dat in de praktijk vaak bij het voorbereiden van een offerte verwezen wordt naar deze middelen en ze dus min of meer geclaimd worden.

Overheveling Sociaal domein naar de algemene uitkering

Met ingang van Begroting 2019 gaat het integreerbare deel van de integratie-uitkering Sociaal domein (IUSD) op in de algemene uitkering en gaat daarmee deel uit maken van de trap-op-trap-af systematiek. Onder het integreerbare deel wordt verstaan:

  • IUSD Wmo, alle onderdelen met uitzondering van Beschermd wonen (€ 2,1 miljard)
  • IUSD Jeugdhulp, alle onderdelen met uitzondering van Voogdij/18+ (€ 3 miljard)
  • IUSD Participatie, onderdeel Re-integratie klassiek (€ 0,5 miljard)
  • IU Wmo, onderdeel Hulp bij het huishouden (€ 1,25 miljard).

Bij elkaar gaat het om ongeveer € 7 miljard. De exacte bedragen voor Uden zijn nu nog niet bekend.

Onderstaand de omvang van de algemene uitkering uit het gemeentefonds, gebaseerd op de maartcirculaire 2018  zoals we die betrekken bij de voorbereiding van Programmabegroting 2019.


 

De integratieuitkering Sociaal domein

De gemeenteraad van Uden heeft op 27 juni 2013 besloten om de integratieuitkering Sociaal Domein te oormerken, zodat deze ook volledig aan de drie transities (Wmo2015, Jeugd en Participatie) zal worden besteed. Beleidsmatig is het uitgangspunt gekozen om uitvoering van de nieuwe taken in het Sociaal Domein op termijn budgettair neutraal uit te voeren. Eventuele tekorten of overschotten worden aan de daarvoor ingestelde bestemmingsreserve Sociaal Domein onttrokken of toegevoegd.

Met ingang van 2016 zijn de objectieve verdeelmodellen voor de Wmo2015 (voorheen Awbz) en Jeugd van toepassing. Voor 2015 gold voor beide nog het historisch model. Voor Participatie wordt vanaf het begin van de integratieuitkering met een objectief model begonnen.

Op basis van de informatie uit maartcirculaire Gemeentefonds 2018 en verder, geeft dit voor de gemeente Uden het volgende beeld.

Ontwikkeling Integratieuitkering Sociaal Domein Uden

  2018 2019 2020 2021 2022
WMO 5.520.497 5.967.089 5.967.089 5.967.089 5.967.089
Jeugd 8.669.655 8.699.513 8.751.055 8.808.134 8.808.132
P-wet  8.528.288 8.078.976 7.655.754 7.453.106 7.229.536
Totaal 22.718.440 22.745.578 22.373.898 22.228.329 22.004.757